Let op: de dik gedrukte namen zijn de grondeigenaren uit de jaren 1665-1669. De normale tekst geeft aanvullingen, ook over andere periodes.

Inhoud

De legger bij de kaart geeft een overzicht van de eigenaren van alle percelen in de jaren 1665-1669. Daarnaast zijn voor sommige percelen aanvullende gegevens over andere periodes toegevoegd.

Handleiding

Om gegevens over percelen op te zoeken, gaat u als volgt te werk:

  • Kijk op de afbeelding hiernaast in welk gedeelte van de kaart het betreffende perceel is gelegen: A t/m W.
  • Zoek dan op de echte kaart het perceelnummer op: dit staat daar aangegeven in Romeinse cijfers.

    Uitzondering: op de kaart is de dorpskern (kaartdelen E en F) niet genummerd. Daarvoor gebruikt u daarom deze andere kaart.

Dan kunt u het corresponderende perceel in de legger opzoeken:

  • Vul onder 'Kaartblad' de letter (A t/m W) in van het juiste gedeelte van de kaart
  • Vul onder 'Perceelnummer' het nummer van het perceel in (let wel: hier in Arabische cijfers).

  • Daarnaast kunt u ook vrij zoeken in de perceelomschrijvingen.

Credits

Eerste uitgave (1985): A.G. van der Steur.
Nieuwe uitgave (2018): Malou Alkemade (tekstinvoer), André van Noort en Mathieu Fannee (aanvulling gegevens).

Kaartblad Perceelnummer Omschrijving

A

1, 2, 3.

Jonchr Theodoor van der Laen (Adolff van der Laen’s wed. tot Wassenaar)

Landerijen behorende bij de hofstede Endepoel, A 7

A

4.

Jonchr Theodoor van der Laen (Onder dit partije comt Doe Janss. Entepoel een mergen gemengender veur en aerde).

In 1373 heette dit perceel “Duyfhuysvenne”, zodat hier waarschijnlijk een duifhuis stond. Het was in bezit van Hendrik van Alkemade, de kasteelheer van het nabijgelegen Endepoel (perceel A 7).
In 1462 wordt het perceel nogmaals vermeld als “Duvenvenne”; in 1593 als “Duveveen”.

• M. Fannee (2014). tlant te Waremunde, een studie over Warmond in de middeleeuwen (1100-1400), Lisse, p. 107, 145.

A

5.

Doe Janss. Entepoel.

A

6.

Jonchr Theodoor van der Laen (Wed. Adolff van der Laen).

A

7.

Doe Janss. Entepoel (Wed. van Adolff van der Laen waerop haer bouhuijs staet).

Dit is boerderij Endepoel (Endepoellaan 3 en 5).

Rond 1300 was dit een adellijke woning, bewoond door Nicolaas Magnus

In de 14de eeuw kwam Endepoel in handen van de Van Alkemade’s, later van Van der Laen, Jan Redegeld, Joost Saal en (1777) Leendert van der Wilk.

• W.C.H. Machen (z.j.). De Hofstede Oud-Endepoel of Clays Magnus soens woninghe in het ambacht van Warmonde, in: Steur, A.G. van der (1970). Aantekeningen van wijlen W.C.H. Machen betreffende Warmondse geschiedenis en Warmondse geslachten. Warmondse bijdragen Nr. 3. Historisch Genootschap Warmelda.
• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 46 e.v.
• M. Fannee (2014). tlant te Waremunde, een studie over Warmond in de middeleeuwen (1100-1400), Lisse, p. 106.

A

8.

Doe Janss. Entepoel.

A

9.

Den Heer van Warmonts clooster (Den heer van Warmondts Ganse Weijtge van t clooster).

Het z.g. Ganzeweitje, vanouds behorende bij het klooster Mariënhave, in 1729 door de Vrouwe van Warmond verkocht aan Mr Pieter van Vliet.

A

10.

Pieter Baerthoutss. van Leeuwen.

Ook Ganzeweitje genaamd, in 1743 door Pieter van Vliet gekocht van de erven Van den Bosch.

A

11.

Heijmen Mourijnss. (Simon Joostens kinderen).

A

12, 13.

Jan Arentss. van der Plas (Bartolomeus Louriss. Heemskerck).

Aan de z.w. kant loopt de Oude Dam van Warmond naar Voorhout. Op nr 12 stond in de Franse tijd de “sauvegarde”.

A

14.

Gerrit Corneliss. Entepoel.

Land aan de Draai (brug) over de Kerksloot.

A

15.

Den heer van Warmonts clooster. (Den heer van Warmont met ‘t land van ‘t clooster).

Binnen de ronde omgrachting aan de westzijde van dit perceel stond in de 13de en 14de eeuw het steenhuis van het geslacht Van Teylingen (ook bekend als: Dirks Steenhuis)

Aan de oostzijde van dit perceel stichtte ridder Jan van den Woude, heer van Warmond, in 1413 het klooster Mariënhaven. Op het voormalige kasteelterrein kwam nadien een boerderij/bedrijfsgebouw te staan. Het kloostercomplex werd verwoest in 1573.

Later werd het land genoemd “het groote clooster”. In 1729 door de Vrouwe van Warmond verkocht aan Mr Pieter van Vliet. Op het ronde terrein, de plaats van het oudste kasteel Teijlingen, was een boomgaard.

• J.G.N. Renaud (1969). Heer Dirk’s Huis van Teijlingen te Warmond, in: A.G. van der Steur et al. Heeren en Bueren, Bijdragen tot de geschiedenis van Warmond, Den Haag, p. 13-19.
• J.G.N. Renaud (1984). Warmond of Voorhout, in: Castellogica nr I, NKS, p. 50-70.
• J.G.N. Renaud (1985). Warmond of Voorhout II, in: Castellogica nr I, NKS, p. 105-118.
• M. Fannee (2014). tlant te Waremunde, een studie over Warmond in de middeleeuwen (1100-1400), Lisse, p. 83 e.v., 126 e.v.
• J.C. Overvoorde (1911). Het cistercienserklooster Mariënhaven te Warmond, in: Bijdragen voor de geschiedenis van het Bisdom van Haarlem 33, p. 1-59.

A

16.

Maertgen Ghijsbertsdr. van der Codde.

A

17.

De Wed. van Gerrit Bouwenss (Sijtge Jansdr., wed. van Gerrit Bouwenss voor tweederde partij ende het weeskint van Jan Dircx van Oestgeest voor eenderde).

A

18.

Jacob Meess. Klinckenberch.

A

19.

Maertgen Ghijsbertsdr. van der Codde.

A

20.

De kerck tot Warmondt.

In 1593 heette dit land het “Boomgaardsveen”, de sloot aan de n.w. kant heette Kerksloot. De kerk verkocht het in 1739. Koper werd Mr Pieter van Vliet.

• M. Fannee (2014). tlant te Waremunde, een studie over Warmond in de middeleeuwen (1100-1400), Lisse, p. 140.

A

21.

Heyndrick Corneliss. (Langevelt, huijs, erff en gront).

A

22.

Gerrit Dircks (Voet, huijs, erff en gront).

A

23.

Dirck Willemss. Alphyn (sijn huijs, erff en tuijn).

A

24.

Robert Louwel (Pieter van Sevenhove balliu en schout sijn huijs en erff en boomgaert).

A

25.

Engel Brieff (sijn huijs, erff en tuijn).

A

26.

De kerck tot Warmondt (sijnde de gront van ‘t huijs ende boomgaert gebruijckt werdend bij de predicant).

A

27.

De selve kerk.

A

28.

Den heere van Warmondt (hout acker achter de gront van Hendrine Jans).

Een houtbosje, in 1715 verkocht door de Vrouwe van Warmond aan Joseph Hewlate.

A

29.

Heyndrine Jansdr. (ende Clara Erasmus haer huijs, erff en tuijn).

A

30.

De kerck te Warmondt.

De huisjes nrs 21 - 30, uitmakende de z.g. kerkbuurt van Warmond zouden in de 18e eeuw opgaan in twee grotere complexen: de Franse kostschool van de familie Boers (nrs 21 - 25) en de buitenplaats Schoonoord.

• W.F. Leemans (1939). Twee oude hofsteden te Warmond, in: Leids Jaarboekje 1939, p. 85-100.

A

31.

Den heer van Warmondt.

In 1285 wordt dit perceel omschreven als “dat lant dat Franken was, van Wermonde”. Toen stond hier de woning van Franks kleinzoon ridder Jacob XII van den Woude, heer van Warmond.
In 1410 werd dit land door ridder Jan van den Woude, heer van Warmond, aan tertiarissezusters geschonken om daarop een klooster te stichten. Dit heette klooster St Ursula. Het kloostercomplex werd verwoest in 1573.

Dit land heette, o.m. in 1715, het Klooster. In 1729 werd het land verkocht door de Vrouwe van Warmond aan Paridanus Schrijver, de eigenaar van Oostergeest en zou bij Oostergeest blijven behoren.

• W.J.J.C. Bijleveld en W. Nolet (1925/1927). Het klooster van St Ursula of der elfduizend maagden in Warmond., in: Bijdragen Bisdom Haarlem nr 43, p. 40-58, nr 45, p. 54-76.
• M. Fannee (2014). tlant te Waremunde, een studie over Warmond in de middeleeuwen (1100-1400), Lisse, p. 93, 126.
• M. Fannee (2016). Het klooster St. Ursula te Warmond, in: A. van Noort et al, Warmond, beelden van een millennium.

A

32.

Claes Janss. Lutsenburch.

A

33.

Jan Pieterss. Rousch (Pieter Janss. Wassenaer of Rous).

A

34.

Heyndrick Janss. Wassenaar, bruijcker (Mr Maerten Rous (Qous?) wed.)

A

35.

Claes Janss Lutsenburch.

A

36.

Den heer van Warmondt.

A

37.

(Thonis Janss. Lutsenburch).

A

38.

Claes Janss. Lutsenburch.

A

39.

D’erffgenaemen van Jannetgen Cornelisdr. Klinkenberch (Vegter Cornss. Roskam).

A

40.

Cornelis Tbhijss. Suijderhout.

A

41.

Jacob Dircxs Rousch (de kin. van Dirck Jacobss. Rous).

De scheiding tussen deze landerijen en de zuid-oostelijk hiervan gelegen landen op de geest werd de “Rooiewal” of “Roywal” genoemd.

A

42-44.

De kerck tot Warmondt.

De kerk verkocht deze percelen in 1739 aan Marijtje Meerburgh.

B

1.

De kerck tot Warmondt.

De kerk verkocht dit land bij het Warmonderveer kort na 1739. Het was belast met een erfpacht t.g.v. de Universiteit van Leiden. In 1747 werd het door de Vrouwe van Warmond aangekocht uit de boedel van J.J. van Dijkslooth.

B

2, 3.

Pieter Gerritss (van Broecdijk in de Poelgeesterbuyrt).

Dit land was in het begin van de 18e eeuwbezaaid met haver. Eind 18e eeuw was nr 2 een bosje.

B

4.

Pieter Baerthoutss.

B

5.

De kinderen van Pr. Niclaess. van Leeuwen (in twee stucken).

B

6.

D’ erffgenaemen  van Pieter Vechterss (Drick Janss. Messcheel tot Rotterdam).

Dit perceel was in het begin der 18e eeuw een bosje. In 1802 waren de percelen 6 en 7 boomgaard met vruchtbomen.

B

7.

D’ erffgenaemen  van Pieter Vechterss. (Jacob Janss van der Coddens kinderen).

Op dit perceel stond een huis dat later tot boerderij werd die deel uitmaakte van Lommerlust.

B

8.

D’ erffgenaemen  van Pieter Vechterss. (Vechter Thijmenss. hieronder behoort de kerck tot Warmont 3 hont).

Het deel van dit stuk teelland dat eigendom was van de Warmondse kerk, werd in 1739 verkocht. Het achterste deel, aan de Poel, was in de 18e eeuw beplant met bos. In 1804 was het gehele perceel “een welwassend elsen en essen hakhout bos”, in 1822 een stuk teelland “omgeven door houtsingels”.

B

9.

De wed. van Corn Thijmonss. bruijcker (Dirck Thijmonss. weeskint).

In 1787 was hier een “warmoesierderij met tuinderij met desselfs huizinge” van Jacob Kouwenhoven.

B

10.

De kinderen van IJsbrant Corneliss.

B

11.

Den heere van Uijterbuert (joncr Adolff van der Laens wed.)

B

12.

De heere van Warmont (de Galchcamp)

Op dit stukje land aan de Achterpoelen stond de Warmondse galg. Later was het als “galgebosje” bekend.

• M. Fannee (2018). Het oude gerecht van Warmond: Over de doodstraf, de galg en het rechthuis, in: De Hekkensluiter, jaargang 15 nr. 1, Historisch Genootschap Warmelda, p. 24-41.

B

13.

Den heere van Warmont (van deze 5.93 moet afgetrocken werden 38 R ende te voegen bij ‘t volgende partije van 2.4.40 R. om willen dat ‘t volgende partije de hele sloot toe comt ende 3 roeden voer deselve sloot).

B

14, 15.

D’erffgenaemen van den heer van Hasaerswoude.

De percelen 13, 14, 15, 16 en 17 maakten in de 18e eeuw deel uit van de hofstede Oud-Teijlingen, zie D8. Perceel 14 wordt in 1783 omschreven als een “kroft met hout beplant” en 15 als “een kroft zijnde weiland”.

B

16.

Jacob Jacobss. Rousch (Maertge Cornelisdr. de wed. van Jacob Jacobss. Rousch).

B

17.

Neeltgen Jacobsdr. Rousch.

B

18.

De kinderen van Pieter Niclaess. van Leeuwen.

B

19.

Cornelis Dirckss. Deecken.

B

20.

Gijsbert Willemss. van Sijp.

B

21.

Leendert Aryenss. van der Quinck.

B

22.

Den heere van Uyterbuert (Jchr Adolff van der Laen’s wed.)

B

23.

Neeltgen Jacobsdr. Rousch.

B

24.

Jonge Dirck Ponss.

B

25.

De kerck tot Warmont.

B

26.

Den heere van Uyterbuert (Jnchr Adolff van der Laens wed.)

B

27.

Willem Janss. van der Son (Willem Pieterss. Batavier)

B

28.

Heymen Mourijngs.

In de percelen 27 en 28 was een deel leen van het huis Naaldwijk. De wal tussen deze percelen en de n.w. gelegen hofstede Endepoel heette de “Vlietwal”.

B

29.

De kinderen van Pieter Niclaess. van Leeuwen (hierinne comt de kerck tot Warmont 125 roeden).

Aan de n.w. kant liep het “Kerckepad” van de woning Endepoel, langs de “Munnike muur”.

B

30.

Heymen Mourijngs.

B

31.

Jan Willemss. op de Bildt.

B

32.

Simon Janss. Buijtendijck.

Teelland en bos.

B

33.

De kinderen van Pieter Niclaess. van Leeuwen.

Teelland en bos. De percelen 29 t/m 33 behoorden in de 19e eeuw tot de buitenplaats Weltevreden, zie D39.

B

34.

Anthonis Janss. Lutsenburch.

Aan de n.w. kant liep de “Munnikemuur”.

B

35.

Heyndrick Janss. Block (alias van Wassenaer).

B

36.

De wed. van Jan Janss. van den Croft (De kerck tot Warmont).

B

37.

Heyndrick Janss. Block (alias van Wassenaer).

B

38.

Catharina Vorstius.

B

39.

Jeroen Willemss. van Sijp.

1832: “land voorzien van trekkast en broeyerij met steenen kisting, gedeeltelijk aangelegd tot moestuin en vruchtboomgaard, en overigens beplant met heestergewassen en hakhout”.

B

40.

Willem Simonss. Buijtendijck.

Alleen bij dit perceel noemt men de scheiding aan de n.w. kant “de Rojewal” (zie hierna onder C). In 1797 wordt dit perceel tezamen met nr 41 gekocht door pastoor Jacob Groen te Warmond. Diens erfgenomen verkopen in 1826 het noordwestelijke deel van de percelen 40 en 41 aan pastoor Gerardus Hoes te Warmond, welke in 1829 een deel daarvan, groot 17 roeden en 67 ellen verkoopt aan Burgemeester en gemeenteraad van Warmond, “moetende dienen tot dat gedeelte der algemene begraafplaats van Warmond hetwelk voor de R.K. ingezetenen zal worden afgezonderd”.

B

41.

Pieter Gerritss. tot Oestgeest (Pieter Gerritss. van Broecdijck in Poelgeesterbuyrt onder Oestgeest).

B

42.

De kinderen van Pieter Niclaes van Leeuwen.

B

43.

Henrick Janss. Block (alias van Wassenaer).

B

44.

Jan Mouringss. Langelaen (Hendrick Janss. Block alias van Wassenaer).

De percelen 42, 43, 44 en 45 vormden tezamen “een kleine krogt, de kanten met hout beplant”. De n.w. grens wordt gevormd door het “gangpad” , ook wel Leydweg of Korte Doelen genoemd (zie nr. 46). In 1719 wordt v.w.b. de percelen 43 en 44 nadrukkelijk gesproken over “afgesand teelland”.

B

45.

Jan Mouringss. Langelaen (Neeltgen Huygens).

B

46.

De kerck tot Warmont.

Dit perceel was vanouds in gebruik als “Lange Doelen”, de plaats waar de schutterij van Warmond oefende. In de 18e eeuw zou dit perceel, tezamen met nr 47, gebruikt gaan worden als de laan die van de Franse kostschool, later Seminarie, naar het dorp liep. Het gedeelte van de Leydweg dat hier aan de n.w. kant haaks opstond heette “Korte Doelen”.

B

47.

Dirck Jacobss. Rous kinderen.

B

48.

De kerck tot Warmont.

De percelen 48, 49, 50, 51, 52 en 53 waren oorspronkelijk teelland; aan het eind van de 18e eeuw echter in gebruik als weiland. Zij stonden bekend als “de grote kroft”. De n.w. grens heette Leidweg of Korte Doelen.”

B

49.

De kinderen van Pieter Niclaes van Leeuwen.

B

50.

Willem Symonss. Buijtendijck.

In 1717 wordt de n.w. grens omschreven als “de gewese santsloot” (ook bij de percelen 51, 52 en 54).

B

51.

Den heere van Warmont.

Teelland. Verkocht door de Vrouwe van Warmond in 1717.  De percelen 50 en 51 worden in 1738 omschreven als “land op de Geest”, de n.w. grens heet “Kerkpad” en de koper wordt gewaarschuwd dat het vinkenhuis met toebehoren dat zich op deze grond bevindt, eigendom is van de heer Bastiaan Boers.

B

52.

Jacob Jacobss. Rousch (Maertge Cornelisdr. wed. van Jacob Jacobss.Rousch).

B

53.

Jacob Janss. van der Son.

B

54.

De kerck tot Warmont (hieronder hebben de armen van Warmont anderhalf hont).

B

55.

De wed. van Dirck Corneliss. Entepoel (Jan Dirckss. Entepoel).

Dit perceel teelland behoorde in de 18e eeuw bij de hofstede Oostergeest en was leen van Naaldwijk.

B

56.

De kerck tot Warmont (hier onder heeft Jan Janss. van Rijn een hont)

Tussen de percelen 55 en 56 liep de “Kerkesteeg”, de weg van het dorp naar de kerk.

B

57.

De heere van Warmont.

B

58.

De kerck van Warmont.

B

59.

De kinderen van Dirck Jacobss. Rousch.

B

60.

Gerrit Janss. van Leeuwen (alias Noom).

B

61.

Pieter Mouringss. Langelaen.

B

62.

De kerck.

B

63.

St Theunis erff (Huijch Hendricss. Block, eijgenaer van St Theunis erff en huijsge).

Het St. Anthonishuisje, een huis waarin leprozen gehuisvest werden, wordt voor het eerst genoemd in 1544.

In 1729 was het huisje verdwenen. In dat jaar wordt uit de boedel van de heer van Warmond 825 roeden land verkocht, zijnde teelland en boomgaard, genaamd “de Sniep”, waarop een huisje heeft gestaan. Koper was Paridanus Schrijver die deze percelen bij de buitenplaats Oostergeest voegde.

• A.C.L. van Noort (2014). Het St. Anthonishuisje in Warmond, in: De Hekkensluiter, jaargang 11 nr. 1, Historisch Genootschap Warmelda, p. 20-22.

C

1.

Juffrouw van Campen.

De percelen 1, 2 en 3 waren in 1723 tezamen een kroft weiland, ten n.w. begrensd door “de Royenwal”. Perceel 1 was gedeeltelijk leen van Warmond en gedeeltelijk van Oud Alkemade.

C

2.

Jacob Jacobss. Rousch (Maertgen Cornelisdr. wed. van Jacob Jacobss.Rousch).

C

3.

Jacob Slingelandt.

C

4.

De wed. van Simon Kunst (De abdije van Rhijnsburch).

C

5.

Gerrit Janss. van der Son (Jacob Janss. van der Son).

C

6.

Jacob Jacobss. Rousch (Maertgen Cornelisdr. wed. van Jacob Jacobss. Rousch. Nog later: Juffr. Cornelia Pijnsen erff ende an(d)eren.

C

7.

Pieter Janss. van der Son (Jan Corneliss. Buijtendijck).

C

8.

Pieter Arentss. (De kerck tot Warmont).

C

9.

Anthonis Damass. Lutsenburg (De kerck tot Warmont).

C

10.

Dammas Janss. Lutsenburg (De kerck tot Warmont, bruijcker Thonis Damass. Lutsenburg).

C

11.

Pieter Arentss. (De kerck tot Warmont).

C

12.

Jan Craen (de kerck tot Warmont).

C

13.

De kerck tot Warmondt.

C

14.

Jan Corneliss. Buijtendijck.

C

15.

Leendert Corneliss. Buijtendijck (de kerck tot Warmont).

C

16.

Cornelis Thijss.

C

17.

Claes Janss. Lutsenburg.

C

18.

De heere van Warmondt.

C

19.

De wed. van Jan Janss. op de Croft (of Jan Janss. Cluft) gemeen met de kerck tot Warmont.

C

20.

De heere van Warmondt (de pastorie van Warmont).

C

21.

De heere van Warmondt.

C

22.

D’ erffgenamen van den heere van Hasaertswoude (nu de vrou van Loedersloot).

C

23.

Claes van Campen.

C

24.

Corn. Thijss. cum socius (met de kerck tot Warmont gemeen).

C

25.

Heijmen Mouringhss. bruijcker (Heijmen Mouringhss., hierinne komt de kerck tot Warmont 91 r.).

C

26.

Willem Pieterss. Batavier.

C

27.

Jacob Dirckss. Rousch (Dirck Jacobss. Rousch).

C

28.

De kerck tot Warmondt.

Tussen perceel 28 en 29 lag de “Laan na de Klinkenbergerpolder gaende”.

C

29.

Gerrit Janss. Beukelaer.

C

30.

Gerrit Corneliss. Entepoel bruijcker (De kerck tot Warmont. Hieronder heeft de heer van Warmont omtrent 84 r.).

C

31.

Cornelis (Willemss.) van Sijp.

C

32.

Gerrit Janss. Kercklaen (Pastorije van Warmont).

C

33.

Gerrit Janss. Kercklaen.

C

34 - 37.

Den heere van Warmondt.

In 1729 werd het grootste deel van dit land, toen een boomgaard met vruchtbomen, verkocht door de Vrouwe van Warmond aan de eigenaar van Oostergeest (zie nr. 39).

C

38.

N.N. (De heer van Warmonts Vinckewerff).

Hier stond dus het vinkehuisje van de heer van Warmond. Kennelijk was het rond de oude Warmonse kerk goed “vinken”, want ook de Franse schoolmeester Boers had hier vlakbij (perceel B 51) zijn vinkenhuis.

De percelen 1 t/m 38 worden nauwelijks met hun nummer in de 18e eeuwse transportacten genoemd. Oorzaak is waarschijnlijk de geheel veranderde verkaveling van deze percelen, waardoor men niet meer naar de oude nummers kon verwijzen. De laatste 6 a 8 nummers behoorden later tot de hofstede Oostergeest.

C

39.

Den baillju (Cornelis van) Rosenborch.

Dit is de latere hofstede Oostergeest, vroeger (1702) ook “De Hoop” genoemd. De z.o. grens heet de lijtwegh. Hier woonde o.m. de beroemde Dr C. Amman

• W. F. Leemans (1939). Twee oude hofsteden te Warmond, in: Leids Jaarboekje 1939, p. 85-100.

Tussen 39 en 40 lag de oude Warmondse kerk met het kerkhof, een van de weinige percelen die door Dou(w) niet werden gemeten en beschreven. Duidelijk is op de kaart het schoolhuis annex kosterwoning te zien, tussen de kerk en Oostergeest in. In de noordelijke hoek van dit perceel stond een niet nader gedefinieerd bouwsel.

C

40.

Jacob Janss. van der Son.

In de 18e eeuw hoorde dit perceel bij de Franse kostschool en werd “vanouds” genoemd “Het Kleijne Weijdje”.

C

41.

De kerck tot Warmont (Den heer van Warmont 250 roeden en de pastorie aldaar 150 roeden).

Het n.w. deel van dit perceel was van de heer van Warmond, het z.o. deel van de pastorie. Over beide percelen liep de laan naar de pastorie (A.26), het verlengde van de “Lange Doelen”.

De percelen 40, 41 en 42, A 21 - 26 en B 42 - 46 vormden in de 18e eeuw de beroemde Franse kostschool van Boers. In 1798 verkoopt Pieter van Deventer het complex aan de aartspriester H.F. ten Hulscher, die er het R.K. seminarie zou stichten. De omschrijving luidt dan “Een vanouds zeer vermaard Fransche kostschool voor Jonge Heeren waarin die affaire sedert ruim 135 jaren is geoeffend, bestaande in een luchtig en in ‘t jaar 1779 voor het grootste gedeelte nieuw gebouwd huijs en erve (...) voor het huis een groot plein waarop in de veertig hoog opgaande bomen, daaronder zeer zware ijpen, nog een groote laan die van de Heerenweg op het gemelde plein en huis aanloopt, beplant met circa hondert opgaande ijken en ijpen boomen, zijnde dus deze geheele stand niet of ander fabricq waartoe een uijtgestrekt gebouw en veel grond nodig is.

Waar eens een Franse kostschool stond, opstellen over Warmonds studentenleven, Warmond 1949, 180 blz. geill.

C

42.

(Jannetje Mourijns’ erf of gront).

D

1.

Den heer van Warmont’s veererff (sijnde van ‘t veerhuijs ende gevolge).

Dit was dus de grond van het oude veerhuis, sedert 1639 woning van de tolgaarder van de toen gebouwde brug met het z.g. “Warmonderhek”.

• S.J. Fockema Andrae (1930). De tol aan het Warmonderhek, in: Tijdschrift voor Rechtsgeschiedenis 10, p. 143-160, herdrukt in: S.J. Fockema Andreae (1976). Warmond, Valkenburg en Oegstgeest, Haarlem.

D

2.

De kerck tot Warmondt.

In 1782 werd dit perceel door de toenmalige heer van Warmond, C.P. baron van Leyden, gekocht van een particulier.

D

3.

Symon Janss. (Buijtendijck, daer onder de gront vant huijs).

Dit is boerderij Oranje Nassaulaan 3.

In 1553 was hier al sprake van een boerderij. In 1579 was de boerderij een ruïne, waarschijnlijk verwoest tijdens het beleg en ontzet van Leiden in de jaren 1573 en 1574. In 1586 was de boerderij alweer herbouwd.

Deze boerderij had in 1795 landerijen in de Veerpolder en Simontjes polder, terwijl ook perceel D4. erbij hoorde.

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 114 e.v.

D

4.

De kinderen van Pr. Niclaess. van Leeuwen.

D

5.

De erfgen. van Pieter Vechterss. (Dirck Janss. Messcheel tot Rotterdam).

Op dit perceel weiland stond het molentje van de Hogeweidsche Polder.

D

6.

De erfgen. van Jan Jacobss. Rousch (daeronder de grond van ‘t huijs).

In 1774 was het huis op dit perceel verdwenen en behoorden de percelen 6 en 7, beide weiland, tot de boerderij Oud Teilingen (zie D.8).

D

7.

Jacob Jacobss. Rousch (Marijtgen Cornelisdr. wed. van Jacob Jacobss. Rousch).

D

8.

D’erffgenamen van den heere van Hasaertswoude met de grondt, boomgaerden ende chingelen vant Huijs te Lockhorst, welcke int quochier begroot sijn op vijff mergen ende 500 roeden doch nu bevonden vijff mergen 380 roeden.

Vanaf de 13de eeuw stond hier kasteel Oud Teylingen / Lockhorst.

De omschrijving in 1774 luidt: “Een vermakelijke hofstede genaamd Oud Teijlingen of Lokhorst, hebbende een ruijm gesigt over de landen so na de stad Leijden als na verscheijde dorpen, staande seer cierlijk in zijn fraaije opgaande laanen soo van eijke, beuke, esen, ijpen, linden en else boomen, sijnde het heerenhuijs voorsien met 23 groote en kleijne royaale kamers, waaronder 9 behangen en ses met schoorstenen en eer fraaije schoorsteenstukken, door beroemde meesters gemaakt. Een extra groote en een kleijne kookkeuken met een fornuijs en een regtbank,pompen en geutsteen en een vast gemaakte kopere ketel met een kraan. Een groote verwulfde provisiekamer, diverse verwulfde kelders, tuijnmanswoningh en verdere gebouwen, met een binnenplaats beplant met verscheijde exquise vrugtboome, staande op het huijs een toorn met een uurwerk slaande halve en heele uuren, sijnde het geheele huijs voorzien met 6 ruijme solders en verdere commoditeijten, gedekt met een leijde dak, de heerehuijsinge en verdere gebouwen rondom een breede visrijke vijver, van vooren op de plaats een fraaije gemaakte steene poort en terzijde op de plaats een groot koetshuijs met een ruijme stal voor 6 paarden, daer annex een ruijme groote boerenwoning voor 30 koebeesten en een paardenstal, twee hooijbergen en ter zijde een groote schuur, sijnde het bouwhuijs voorsien met pomp en waterput. De voors, hofstede heeft het recht van twee broedende zwanen”. Leen van Naaldwijk. Visrecht in de Leede.

De boerderij die aan de zuidzijde van dit perceel 8 stond (heden: Sweilandstraat 7a) is al te zien op een kaart uit 1595. In 1817 heette het “Oud-Teijlingen”. De boerderij werd in de 19e eeuw afgesplitst en tezamen met de percelen D6. en 7. verkocht.

Vanaf 1865 tot in de jaren 1930 stonden aan de Leede-zijde van dit perceel een zestal kalkovens (waar zich nu de Vennemeerstraat bevindt).

• W.C.H. Machen (1931). Warmond Voorheen en Thans II, Leiden.
• M. Fannee (2014). tlant te Waremunde, een studie over Warmond in de middeleeuwen (1100-1400), Lisse, p. 87 e.v.
• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 139-141.
• A.C.L. van Noort (2018). De kalkovens te Warmond, in: De Hekkensluiter, jaargang 15 nr. 1, Historisch Genootschap Warmelda, p. 8-15.

D

9.

Cornelis Jacobss. Rousch (bogertgen en croft).

In 1707 boomgaard en bos.

D

10.

Deselve (huijs en erff).

De percelen 9. en 10. behoorden vanaf 1707 tot de hofstede Oud Teijlingen.

D

11.

Anthonis Janss. Lutsenburg (huijs en erff).

Boerderij met hooiberg en schuur. Vanaf 1707 behorende bij Oud Teijlingen.

D

12.

Corn. Piterss. van Sijp.

In 1604 stond op dit perceel (Jan Steenlaan 1) al een boerderij.

1667: Bouwhuis met erf en tuin. Het tuintje aan de Leede, nr 16, behoorde hierbij. De percelen 12 - 16 en 18 - 23 stonden bekend onder de romantische naam “De Wilde Werff”.

De boerderij werd kort na 1950 afgebroken om plaats te maken voor de woning van T. Houweling.

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 68 e.v.
• I. Jansen-Jonker (2012). De Wilde Werf (naar J.A.M. Saulenn), in: De Hekkensluiter, jaargang 9 nr. 1, Historisch Genootschap Warmelda, p. 17-19.

D

13, 15.

Cornelis Willemss. Deecken (Cornelis Dirckss. Deecken).

In 1795 een erfje, behorende bij D 12.

D

14.

Gijsbert Willemss. van Sijp.

In 1795 een erfje, behorende bij D 12.

D

16.

Leendert Ariss. van der Quinck (Leendert Adriaenss. van der Quinck).

Tuintje, behorende bij D 12.

D

17.

Cornelis Dirckss. Deecken (bogertgen en croft).

In 1707 verkocht P.C. Rousch uit deze partij land een strookje aan de z.w. kant aan de eigenaar van Oud Teijlingen, te weten “een laan aan beijde zijden met elst beplant”. Conditie was dat de bewoners van de Wilde Werff vrij uitpad hadden naar de Heerweg. In 1795 werd dit laantje door het ambacht Warmond gekocht.

D

18.

Leendert Ariss. van der Quinck (Leendert Adriaenss. van der Quinck).

Dit is boerderij De Wilde Werf of Zwanenburg (Jan Steenlaan 5 en 7).

1667: huis en erf.

In de eerste helft van de 18e eeuw vormden de percelen 21, 22 en 23 tezamen een bouwmanswoning. Sedert de tweede helft van de 18e eeuw vormden de percelen 18 t/m 23 een “huismanswoning, zijnde twee huizen aan den anderen verheelt met een zomerhuis daar annex, stalling voor 32 koebeesten en 2 paarden, een 6 roe hooiberg, genaamd de Wilde Werff”.

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 70 e.v.

D

19.

Cornelis Willemss. Deecken (Cornelis Dirckss. Deecken).

D

20.

Gijsbert Willemss. van Sijp.

D

21.

Maertgen Gijsberts van der Codde.

D

22.

Corn. Gerritss. van der Speck (Corn. irckss. van der Spoor).

huis en erf.

D

23.

Leendert Arienss. van der Quinck.

D

24.

Cornelis Thijmenss. weduwe (Geertgen Claesdr. Duijndam, wed. van Corn. Thijmenss. croft).

D

25.

Cornelis Thijmenss. weduwe (haer huijs werff).

Dit is boerderij Nieuw-Endepoel (Jan Steenlaan 9 en 11)

Deze boerderij bestond al in 1691. In dat jaar werd ze door Pieter Cornelisz. Overzijl verkocht aan zijn zwager Pieter Cornelisz. Rous.

In 1748 is ook sprake van een “bouwmanswoning”, in 1796 nader omschreven als “bouwhuis met erf, hooibergen, boomgaard” etc.

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 75 e.v.

D

26.

Heijmen Mouringss. (croft).

D

27.

Heijmen Mouringss. (huijs en erff).

De percelen 26 en 27 worden begin 18e eeuw verschillende malen getransporteerd als “huis en erf en croffje aen de straat”, tot ze in 1724 in handen komen van de beroemde kunstschilder Carel de Moor, Ridder van het Roomsche Rijk. Zie nrs 28, 29.

D

28.

Jacob Janss.  (Boudenoot).

Huis en erf. In 1703 was het huis verdwenen. Kort daarop kwam het in één hand met nr 29.

D

29.

Pieter Janss. de Linde.

Huis en erff. In 1725 kwam dit huis, tezamen met perceel 28, in handen van Carel de Moor, eigenaar van nrs. 26 en 27. In 1751 werden de percelen 26 en 27 omschreven als een heerenhuijsinge met erven, de percelen 28 en 29 als huis en erf. Vanaf die tijd blijven de vier percelen in één hand en vormen de door De Moor gestichte buitenplaats Leevliet.

• A.C. van der Steur (1973). De buitenplaats Leevliet te Warmond en haar bewoners,, in: Leids Jaarboekje 1973, p. 69-98.

D

30.

De kinderen van Pieter Niclaess. van Leeuwen (hair croft).

D

31.

Deselven (huijss en erff).

Eind 18e eeuw vormden 30, 31 en 32 een huismanswoning die in 1827 werd afgebroken.

D

32.

Barber Jansdr.

D

33.

Jeroen Willemss.

Reeds in 1665 de croft behorende bij perceel 36.

D

34.

Den heer (Thimannus) Sprong tot Leyden.

Huis en erf.

Waarschijnlijk woonde Jan Steen in dit huis (vgl. D 38).

• A.C.L. van Noort (2009). Jan Steen en Warmond, in: De Hekkensluiter, jaargang 6 nr. 1, Historisch Genootschap Warmelda, p. 6-10.

D

35.

De wedue van Jan Leendertss. Los (Jannetgen Willemdr. wedue van Jan Leendertss. Los).

D

36.

Jeroen Willemss. (sijn huijs en erff).

D

37.

Jan Diert.

De percelen 33 t/m 37 waren begin 19e eeuw in één hand en vormden tezamen een “huis, erf en krocht”.

D

38.

Willem Willemss. Does (Celia Dircx van der Velde, dochter van Dirck Janss. van der Velde).

Dit is het zogenaamde 'Huisje van Jan Steen' (Jan Steenlaan 36). Sommigen menen namelijk dat dit het huis was, waarin in 1660 Jan Steen woonde. Maar dat is omstreden: het huis van Jan Steen stond waarschijnlijker op perceel D 34.

1667: Huis en erf, later resp. eigendom van Cornelis Janss. Boogaert, Ludowijck Corns. Weduwe van Jan Arents Starrenburg (1688 - 1692), Jacob Pieters Lutsenburg, meester cuijper te Warmond (1692 - …); Albert van Lutsenburg (... - 1767); Leendert van Nierop (1767 - …); Jan van den Akker de Jonge (... - 1802); Jan en Jannetje Kortenbosch (1802 - …).

• A.C.L. van Noort (2009). Jan Steen en Warmond, in: De Hekkensluiter, jaargang 6 nr. 1, Historisch Genootschap Warmelda, p. 6-10.
• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 78 e.v.

D

39.

Catrina Vorstius.

Huis en erf. Sedert het midden van de 18e eeuw behoorde ook perceel 41 hierbij, benevens een “sniepje” land van 12 voeten breed tussen Buurstraat en Heerenweg, it perceel 43, dat dienst deed als laantje. In 1796 worden de percelen 39 en 41 omschreven als “een extra wel gesitueerde riante en zeer weldoortimmerde buitenplaats, genaamd Ruimzicht, voorzien van diverse zoo behangen als onbehangen beneden en boven kamers, commodieuze kookkeuken en kelder, stal voor 2 paarden, voorts drie koepels, als eene aan de Leede, een aan de Buurstraat en eene aan de Heerenweg, met een wel aangelegde tuin”. In 1803 is de omschrijving “een zeer logeabele huizinge of buitenplaatsmet 2 tuinen, schuitenhuis, coupel aan de Leede”, dus zonder naam. In 1817 luidt het: “het buitenverblijf Weltevreden, bestaande uit heerenhuizing, twee tuinen, koepel aan de Leede”. Sedert 1803 behoort ook perceel D.42 erbij, sedert 1817 ook een overtuin, de percelen B.29, 30, 31 en 32, sedert 1820 ook perceel B.33.

D

40.

Maria Barthouts; wed. van Willem Corn. Roscam.

Begin 18e eeuw een “bouwhuys met barg, schuren en stallinge”, in 1792 een leeg erf.

D

41.

Pieter Baerthoutss.

In 1680 “bouwhuys en erf”. In 1742 een tuin. Sedert het midden van de 18e eeuw behorende bij perceel 39.

D

42.

Sacharias Corn. Entepoel

Huis en erf. Later behorende bij nr 39.

D

43, 44.

Dick Ponss. (43 croft, 44 huijs en erff).

Dit is boerderij “Meerrust” (Dorpsstraat 5). Deze naam is ontleend aan een verdwenen buitenplaatsje dat stond op het naburige perceel D46. Oorspronkelijk heette de boerderij namelijk “Vredelust” (1784, 1801).

De omschrijving in 1768 luidt: “een extra fraaye huijsmanswooning en stallinge voor 36 koebeesten, een apart somerhuis, schuur en karnhuis, voorzien van twee ses roeden hooybergen met een vruchtbare tuijn en wycroftje”.

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 28 e.v.

D

45, 46.

Docter Gerard van Gulick (Gerard van Gulick, 46 huijs en erff, 45 ‘t croftien).

In 1664 luidt de omschrijving “huis en erf met verscheyde vertrekken, tuin, boomgaard en teelcroft”. In 1732 wordt de boomgaard nader gepreciseerd als “kersenboomgaard”. Koper van beide percelen is dan de beroemde graveur Jan Wandelaar, die o.m. een “speelhuijs” aan de Leede bouwde en tot 1757 hier woonde. In 1762 worden beide percelen als “buitenplaatsje genaamd Meerrust” verkocht. Aan het eind van de 18e eeuw behoren ook de percelen 47, 48 en 49 bij Meerrust.

D

47.

De kinderen van Claes Dammass. Lutsenburgh.

In 1668 een huis en erf. In 1770 een bouwhuis en erf.

D

48, 49.

De weduwe van Jan Janss. Cluft (49; haer huijss en erff).

In 1729 luidt de omschrijving: “bouwhuis met bargen en schuren” en wordt dan verkocht door de Vrouwe van Warmond. In 1791 is de omschrijving: “een huisje, schuur en erf” op perceel 49 en “een welwassendessen houtbosje” op nr 48. Eind 18e eeuw behoren beide percelen bij Merrust (nrs 45 en 46) en zijn dan verhuurd als boomkwekerij.

E

1.

Abraham de la Barbe.

E

2.

Aert Pieterss.(Slingelant).

E

3.

Gabriel Marcuss. (Rockedee).

E

4.

De wedue van Mr Corn. (van Blaren).

E

5.

Jan Artentss. backer (Jan Adriaenss. van IJcken, backer).

E

6.

Dammas Leendertss. van Griecken.

Huis en erf. In 1801 “erf waar huis op gestaan heeft”. In 1820 een erf, behorend bij huis nr 7.

E

7.

Lijsbeth Harmensdr.

In 1708 twee huizen met erven, later in de 18e eeuw weer één huis.

E

8, 9.

Cornelis Ferdinandus (Cornelis Willemss. van der Hidde).

twee erfjes.

E

10.

Marckus.

erfje

E

11.

Wed. van Jan Pieterss. Bredero.

In 1749 en 1805 een huis en erf, waarbij een deel van de erfjes 8, 9 en 10 behoorde.

E

12.

Pieter Janss. Wassenaer.

Huis en erf, in gebruik als de “smitterij” van Wassenaer. In 1745 verkocht door Alltje Wassenaer zonder “de travalje, staande op straat, de slijpsteen, twee blaasbalgen, het aambeeld met blokken en speerblokken, de kraanen so van hout als ijzer, ende ijsere schroef met de werkbanken”.

E

13.

Dirck Willemss. van Alphen.

Herberg “de Witte Swaan” (1703) of “herberg alwaar de witte swaan uithangt” (1704). In 1703 verkocht door de weduwe van Dirck Willems van Alphen aan Klaas Meese van Have(n). De erven van diens weduwe verkopen in 1728 het pand als “een hecht en sterk huijs, vanouds gebruikt tot een herberge genoemd “De Witte Swan”, voorzien met verscheyde kamers, keukens, stallingen en schuur, mitsgaders kalv en kaatsbaan en moestuin”. Ook in 1775 wordt nog gesproken over een herberg “genaamd de Zwan” met kaatsbaan en kolfbaan, maar in 1796 is het een “gewezen herberg” en dan behoort het huis ernaast, nr 12, er ook bij. In 1825 wordt gesproken over een “huis en erve met een daarnevens getimmerde grote tuinkamer, stalling voor 2 paarden,  koetshuis en tuinmanswoning. De koepel op perceel F 34 behoorde bij dit huis.

In 1832 tenslotte spreekt men over een “buitenverblijf”. Het wordt dan verkocht door de weduwe van Isaac Willer, wonende op het Rapenburg te Leiden en gekocht door Pieter Cornelis Kruseman, wijnhandelaar te Leiden in de Haarlemmerstraat.

E

14.

Floris Janss. (Mr Pieter van Buscke tot Leijden en Jacob Dirckss. Spiringshoek tot Leijden).

erf.

E

15.

Teunis Prss. van Rosenburg.

erf.

E

16.

Philips la Pere.

Huis en erf.

Dit is Dorpsstraat 42. In 1656 stond hier “Jacob Corn. herberge” en in 1674 was dit de herberg van Philips la Pere.

In 1787 behoorden de erfjes 14 en 15 bij dit huis, dat toen in gebruik was als kruidenierswinkel, althans de omschrijving luidt: “hieronder begrepen de winkel, staande in het voorhuis, alsmede de toonbank (met deszelfs olybak, raampje en koffymolen), voorts zoldertje in de toonbank, wijders vier paar schaalen met hun balancen, 14 zo kleine als grote tinne maten, een kopere vijzel en stamper, 4 houten meelmaten, 2 blikke scheppens, 3 dito tregtertjes, een dito olyblik, 6 stuks gewichten en een pijl, een stroopblik, 11 houten doozen, 12 zo ronde als andere blikken, een lije, een el, 6 meel en andere bakken zo met als zonder schuiven, een stroop en azijnstel, een koffiebrander”. In 1804 werd de volgende transactie gesloten tussen Jannetje van den Linden, weduwe van Gerrit Duijndam en de R.K. kerk van Warmond: Jannetje zou aan de n.o. kant van perceel 16, recht tegenover het portaal van de R.K. kerk een stukje grond van 9 bij 5 voeten afstaan aan de kerk op voorwaarde dat de kerk de schutting zou onderhouden en dat er jaarlijks een mis gelezen zou worden voor Gerrit Duijndam “zo lang in de Roomsch Catholijke Kerk te Warmond door een Roomsch Catholicq priester de godsdienst zal worden verrigt”.

E

17.

Jannetjen Gerritsdr. (Maertgen Gerritsdr. weduwe van Frans Janss.).

In de 17e eeuw stonden 2 huizen op dit perceel, in 1708 en later nog slechts één.

E

18.

Cornelis Harmenss. Schaep.

huis en erf.

E

19.

Theunis Pieterss. Rosenburg (Pieter Arentss. Rosenburg).

Sedert ca 1670 stond hier de Remonstrantse kerk van Warmond, die op 31-8-1796 namens de Kerkeraad van de Remonstrantse gemeente te Leiden verkocht werd aan P.G. Box, Corn. v. Dam, Pieter van den Arend, Z. van den Fits en C. Hogervorst, als gecommitteerden van een aantal Roomsche ingezetenen van Warmond en ten behoeve van dezelve Roomsche ingezetenen. De omschrijving luidt: “een zeker gebouw en erve door de eertijds te Warmond geweest zijnde Remonstrantsche gemeente gebruikt tot haare openbaare godsdienstige vergaderplaats, met de preekstoel en banken, mits dat dezelve door de kopers tot een religieus gebruik geemployeerd worden”. Vanaf 1796 was dit dus de R.K. Kerk.

• de lit. opgave bij F.27.

E

20.

Jan Artentss. backer (Jan Adriaenss. van IJcken, backer).

Huis en erf. In 1798 wordt een stukje van dit erf getransporteerd aan de R.K. Kerk ter uitbreiding van perceel 19.

E

21.

Pieter Dirkss. (Zeeman).

Huis en erf.

E

22.

Willem Pieterss. Claveren.

Huis en erf. In 1781 “een erf daar een vervallen huisje op gestaan heeft”.

E

23.

Willem Corneliss.

Huis en erf.

E

24.

Gerrit (Anthoniss. Peisterburgh).

Huis en erf. In 1801 omschreven, tezamen met nr 23, als “twee onlangs in de laatste storm omgewaaide huizen”.

E

25.

Pieter Janss. (Knaep).

E

26.

Ary Vrederickss.

Huis en erf.

E

27.

Jan Gerritss. Nierop.

In 1781, tezamen met 16 roe uit nr 28, een “huis waarin de chirurgie en apotheek wordt gedaan” en de zetel van de Warmondse chirurgijn. In 1801: “huis en erf, sedert weinig jaren tot de grond nieuw opgetimmert, thans geapproprieerd tot een broodbakkerij, zeer geschikt tot een logeabele Heerenhuizinge”.

E

28.

Jacob Coddeus (Jacob Gijsbertss. van der Codde of Jaep Vast).

Aan de z.o. kant stond een huis.

E

29.

Cornelis Dirckss. (Cornelis Corneliss. van Leeuwen, timmerman int Lagelant).

E

30.

Jan Baes en Gerrit Ariss.

Huis en erf. Zie 35.

E

31.

(De laen van Corns. Maertenss. Bols, naest ‘t huijs van Aelbert Corneliss. Boon).

In de 18e eeuw behorende bij perceel F 73.

E

32.

Aelbert Corn. Boon.

huis en erf.

E

33.

Pieter Vergenst.

E

34.

Jan Baes.

In 1750 waren de percelen 33 en 34 tezamen: “huis en erve, somerhuijs, ruijme binnenplaats en een bequaam tuijntje”. Sedert 1802 behorende bij perceel 35.

E

35.

Pieter Janss. van Tol.

In 1717 “huis en erf”, gekocht door J.B. van der Marck. In 1748 “een capitaal hegt sterk en modern heerenhuijs met sijn stallinge, koetshuijs en erve, met een rojaale thuijn”. Verkoopster was de weduwe van de Warmondse baljuw en schout J.B. van der Marck, koper was Mr Willem Damhoff. In 1765 behoorde ook perceel 30 erbij en wordt gesproken van “een weldoortimmert huijs en erven voorzien met 4 beneden vertrekken, een ruijme verwulfde kelder en kelderkamer, 3 boven kamers, een ruijme kleersolder, gemakkelijke kookkeuken met pomp en regenbak, een stalling voor twee paarden, nog aan de Heereweg een groote nieuw gebouwde coepel met een woonhuijs daar  beneffens “. In 1782 werd het huis door C.P. baron van Leyden verkocht aan mejuffrouw Jeanette Crabbée die in dit gebouw een “juffrouwen kostschool” vestigde. Sedert 1802 behoorden ook de percelen 33 en 34 bij dit “heerenhuis met deszelfs koepel, bevorens drie huizen”. In 1811 verkocht Willem Crabbee het huis aan de Warmondse burgemeester (toen “president van het plaatselijk bestuur”) Pieter Johan Tijken die hier zelf ging wonen.

E

36.

Barent Joriss.

huis en erf. In 1750 “met stallinge voor 8 koeien en een kaakhooiberg”.

E

37.

Abraham la Barbe.

E

38.

Jan Janss. de Vreught.

huis en erf, bewoond in twee partijen.

E

39.

Jannetgen Gerritsdr. (Wed. van Gerrit Harmanss. van der Spoor).

huis en erf, bewoond in twee partijen.

E

40.

Gerrit Vlaenderen met herberge Roomen.

Deze herberg, later De Stad Rome, waarin het Warmondse rechthuis was gevestigd, werd in 1702 verkocht door Gerrit Jansz. Vlaanderen als “een welgelegen huijsinge, erve, stallinge en waaghhuis”. Uitgezonderd van de koop waren “het metaale klokje en ‘t metale kapelletge hangende aan de voorgevel deser huijssinge, alsoo het klokje de heer van Warmont en het kapelletje het dorp is toe behorende”. In 1756 wordt ook met name de “caart van het ambacht” in de rechtkamer van de eigendomsoverdracht uitgezonderd (zie paragraaf 3, hiervoor). In 1795, 1797 en 1803 wordt ook gesproken over een kolfbaan, welke gelegen was op een deel van perceel 43.

E

41.

Corns. Schoemaker.

huis en erf. 1733: “waarin lange jaren verrewerij, glazemakerij en tabaksnering is gedaan en nog gedaan werd”.

E

42.

Gerrit Janss. Beuckelaer (Mourijn Corneliss. van Vliet).

E

43.

Barent Joriss.

huis en erf, in 1752  “in twee partijen bewoond” aan het eind van de 18e eeuw ook werkelijk in twee partijen gesplitst.

E

44.

Bartholomees Klinkenb.

huis en erf “in twee partijen bewoond”.

E

45.

Gerrit Janss. van Leeuwen (Alias Gerrit Janss. Maet).

huis en erf. In 1705 “de vischmarkt”, in 1826 “zijnde bevorens geweest de vischmarkt en het brandspuitenhuisje”. De sloot naar de Leede tegenover dit perceel heette dan ook de “vischmarktsloot”.

E

46.

Cniertje Dirksdr.

1740: partijtje land, gekocht door de kunstschilder Quirijn van Briemen, in 1785 een houtbosje.

E

47.

Jan Pieterss. Pinck (Jan Pieterss. van den Bos alias Jan Pinck).

E

48.

Symon Claess. de Vet.

huis en erf. 1715: “werdende gebruikt tot een bakkerij”, 1793 “aarin de broodbakkerij en neringe sedert oneuglijke tijden is gedaan en nog wordt gecontinueerd”. Het huis wordt dan verkocht met inbegrip van een “schuit met zijl, trijl, etc. gebruikt wordende tot het omvaaren van brood int lageland”. Ook een kakkberg en een “stalling voor 5 koebeesten en een paard” stonden op dit perceel.

E

49.

Dirck Floriss.

In 1824 deel van “een krochtje”.

E

50.

Bartholomees Klinkenberg (nu Jacob de Poorter tot Leijden Govert Oliviers van den Ende).

E

51.

Maertgen Maertensdr.

De percelen 50 en 51 worden in 1716 en later omschreven als “huis en erve daar nog een huis op gestaan heeft”. In 1780 “met barg, schuur en stalling voor 12 koebeesten”.

E

52.

Thomas Lijndrayer (Thomas Dircx van Ras, lijndrayer).

Gezien de beroepsaanduiding en de vorm van het perceel was hier een lijnbaan gevestigd. Later behoorde een deel van dit perceel bij het “krochtje” waartoe ook perceel 49 behoorde en was 8 1/2 roe bestemd voor een huis en erf aan de Buurstraat.

E

53.

Pieter Corneliss. van Leeuwen.

Huis en erf, met als belending aan de n.o. kant de Kerkesteeg. In 1744: “waarinne met goed succes een comeneyswinkel gedaan is”. In het begin van de 19e eeuw was het perceel gesplitst. Op een deel stond “het brandspuitenhuisje”.

In 1827 was een deel “huis en erf en kolfbaan”, dat werd gekocht door A.P. Papot.

F

1.

Huijch Heyndrikss. Block.

F

2.

Theunis Corneliss. (Wachter).

F

3.

Huijg Henrichss. Block.

1707: huis en erf waar huis op gestaan heeft. De dam aan de z.w. kant heette in 1707 De Langendam.

F

4.

Huijgh Schouten.

F

5.

Jan Janss. op de Croft ende Willem Hogervorst.

huis en erf.

F

6.

Lijsbeth Harmansdr.

F

7.

Maertgen Florisdr.

F

8.

Pieter Dirckss. van Swanenburg.

In 1720 is dit gebied (w.s. de nrs 7 t/m 11) een scheepstimmermanswerf met nog een huis en erf ernaast. Deze wordt dan verkocht door de regenten van het Hofje van Zion te Leiden aan Joseph Hewlate; deze bouwt er een buitenplaats (deze is te zien op de tekening van Warmond door Q. van Briemen uit 1756).

In 1832 is hier een buitenplaatsje, genaamd Vrije Keur met koepel aan de Leede .

• M. Fannee (2013). Welk deel van Warmond tekende Q. van Briemen in 1756?, in: De Hekkensluiter, jaargang 10 nr. 1, Historisch Genootschap Warmelda, p. 32-45.

F

9.

Corn. Wouterss. Stapwegh.

F

10.

Pieter (Dirks) Seeman.

F

11.

Jan Daniëlss. van der Codde.

F

12.

Dammas Leendertss. van Griecken.

Dit is de voormalige boerderij Van Rijn (Kerpsdam 2 en 4).

1667: huis en erf. In 1728 werd het huis verkocht aan Cornelis van Duijker. Hij maakte van het huis een boerderij.

Het huis fungeerde als boerderij tot 1969. In dat jaar werd het vee opgeruimd en in 1986 werd de stal afgebroken.

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 80 e.v.

F

13.

Jan Janss van Rhijn.

huis en erf. In 1763 bouwhuis en erf. In 1790 een bouwhuis met stalling voor 11 koebeesten, een 4 roeden barg en een kaarnmolen.

F

14.

Henrick Arentss. van der Linde.

F

15.

Pieter Willemss. (Schoemaker).

De nrs 14, 15 (en 16) waren in 1702 één huis van de schoenmaker Jan Claesz Vrolijk. In 1776 van de schoenmaker Corn. van der Meij, in 1800 van de schoenmaker Pieter van der Arend.

F

16.

Abraham la Barbe.

huis en erf.

F

17.

Neeltgen Jacobsdr. (Rous).

huis en erf.

F

18.

De kinderen van Maertgen Gerritsdr. (Pr. Janss. van den Bosch kinderen).

F

19.

Joost Joostenss.

In de 18e eeuw de bakkerij van Samuel van Heijnsbergen, ca 1790 afgebroken.

F

20.

De kinderen van Jan Jacobss. Wassenaer (Henrick Janss. van Wassenaer, alias Block).

F

21.

Jan Pieterss. de Blij.

De nrs 20 en 21 begin 19e eeuw een “huismanswoning” (= boerderij) met twee hooibergen en wagenloods.

F

22.

Andries Willemss (Jan Andriess. tot Leijden)

F

23.

Huijch Henricks Block.

F

24.

Cornelis Willemss. Kuijper.

In 1705 huis en erf. In 1773 waren de nrs 22, 23 en 24 tezamen een “extra ordinair vermakelijk en seer welgelegen buijtenplaetsie” van Odilia Frederika Johanna Houttuijn. In 1825 en later genaamd “Ons Genoegen”.

Rond 1830 woonde hier de Leidse professor A.H. van der Boon Mesch met zijn echtgenote A.D.H. Mobachius Quaet.

• Anja Schrage (2004). Schandaal in Warmond, in: De Hekkensluiter, jaargang 1 nr. 2, Historisch Genootschap Warmelda, p. 16-20.

F

25.

Jan Corss.

huis en erf.

• A.C.L. van Noort (2011). De geschiedenis van Dorpsstraat 31-33, in: De Hekkensluiter, jaargang 8 nr. 2, Historisch Genootschap Warmelda, p. 6-12.

F

26.

Aert Pieterss. Slingelant.

huis en erf.

Vanaf 1659 was hier (Dorpsstraat 33) herberg 'Het Wapen van Leyden' gevestigd. In 1667 werd de herberg in het openbaar verkocht aan Nathaniël le Pere. Na de dood van Le Pere werd de herberg door zijn weduwe verkocht aan Cors Jansz. van Vliet. In 1698 was de herberg verdwenen.

• A.C.L. van Noort (2011). De geschiedenis van Dorpsstraat 31-33, in: De Hekkensluiter, jaargang 8 nr. 2, Historisch Genootschap Warmelda, p. 6-12.

F

27.

Jan Corss. van Vliet (sijnde de gront van de Remonstrantsche kerk).

Hier (Straat ter Leede 2) stond in het midden van de 17e eeuw de eerste Remonstrantse kerk.

In 1711 was echter nog slechts sprake van een grote schuur “sijnde geweest het preekhuys”. De kerk was verhuisd naar de huidige Kerkdam.

In 1904 begon Johannes van Steen hier een boerderij. Eind jaren zestig hield de boerderij op te bestaan.

• A.G. van der Steur (1966). Aantekeningen betreffende de Remonstrantse Gemeente te Warmond, in: Rijnland nr 9/10, p. 265-294.
• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 122 e.v.

F

28.

Pr. Sarelss.

huis en erf.

F

29.

Maertgen Hendricksdr.

huis en erf. evema;s mr 28 in de 18e eeuw afgebroken.

F

30.

Meynsgen Andriesdr. (Wed. van Philippe le Pere).

eind 18e eeuw een erf, bekend als “de baggerstaal”, eigendom van het Warmondse armbestuur.

F

31.

Theunis (Janss.) Beeckesteijn.

F

32.

Samuel Verkinderen (s kinderen).

De nrs 31 en 32 waren in de 18e eeuw huis en erf.

F

33.

De kinderen van Claes Dammass. (Lutsenburch).

In de 18e eeuw stonden meerdere huizen op dit perceel. Zie ook nr 44.

F

34.

Willem Jacobss Hogervorst.

huis en erf. De sloot ten zw van dit perceel heette in 1750 Veersloot (eerder sprak men ook wel over Kerksloot, naar de Remonstrantse kerk, nr F 27), het pad van dit perceel naar de Buerstraat heette het Buerpad. Eind 18e eeuw stond hier een koeienstal en hooiberg, in 1852 een stenen koepel, “hebbende zeer uitgestrekte en alleraangenaamste uitzigten” en een schuitenhuis. Koper was toen de beroemde en zeer vermogende hoogleraar aan het Warmondse seminarie Cornelis Ludovicus baron van Wijckersloot.

F

35.

Salomon Dirckss. (Rijsevoort).

huis en erf.

F

36.

De wed. van Bejamin de cuijper (Gerritge Jansdr. de wed. van Benjamin Samsonssoon de cuijper).

F

37.

Neeltgen Stevensdr.

F

38.

Bartholomees Klinckenb.

F

39, 40.

Claes Pijper.

De nrs. 38, 39 en 40 waren in de 18e eeuw een boomgaardje, later “warmoesland” tezamen met de nrs 41, 42, 48, 49 en 50, waarop toen (1796) ook een huis, “kaagberg” koeienstal en varkenshokken.

F

41.

Abraham la Barbe

huis en erf.

F

42.

Arent Pieterss. (Slingeland).

huis en erf.

F

43.

Jan Corneliss. (Slingerland).

huis en erf.

F

44.

Arien Ariss. (Adriaen Adriaenss. Vroolick)

huis en erf.

In 1764 de scheepmakerij van Arie van Egmond, tezamen met nr 33 waarop een “werkhuis” was. In 1790 legateert Van Egmond de scheepmakerij aan zijn neef Matthijs van Dijk, die er dan al werkt. In 1813 aan Hendrik en Ruwaard van Dijk.

Vanaf 1837 was de scheepmakerij in handen van Matthijs van Dijk Ruwaardszoon, en vanaf 1877 van Casparus van Hensbergen.

In 1883 werd de scheepmakerij door brand verwoest. Daarna werd hier in 1884 de houtzagerij van Cornelis Brouwer gevestigd, en vanaf 1887 de bloemenkwekerij en -handel van Johannes Engelbertus Heenk.

In 1895 opende hier uiteindelijk weer een scheepmakerij, in handen van de gebroeders Schakenbos

• W. Slingerland (2010). Het prieeltje van pastoor Hoes aan de rivier de Leede, in: De Hekkensluiter, jaargang 7 nr. 2, Historisch Genootschap Warmelda, p. 10-18.

F

45.

Pieter (Jacobss.) de Grijs.

F

46.

Willem Janss. Cluft (Geertgen Meijnderts)

De nrs 45 en 46 vormen in de 18e eeuw samen een huis en erf, begin 19e eeuw de schoenmakerij van Johannes van der Velde.

F

47.

Dirck Willemss. (van Alphen)

huis en erf (met een put ernaast).

F

48.

Abraham la Barbe.

F

49.

(Bartholomeus Dirckss.) Clinckenbergh.

F

50.

Jan le Maire

huis en erf.

F

51.

De kinderen van Dirck Claess.

huis en twee erven (met pomp).

F

52.

Willem Barthoutss.

Dit is buitenplaats/boerderij 'Zorgvliet' (Dorpsstraat 43).

huis en erf

Tussen ca. 1580 en 1607 woonde hier ambachtsbewaarder Willem Bartoutsz. In 1667 woonde hier diens gelijknamige kleinzoon.

In 1764 gekocht door de bekende Leidse dichter Johannes le Francq van Berkheij, die het erf in 1765 uitbreidde met de erven 64 en 65. In 1771 eigendom van Mr Fr. Beeldsnijer, luitenant der cavallerie, in 1774 van Prof. L.C. Valkenaer, hoogleraar te Leiden, die het huis als “zomerhofstede” bewoonde. In 1792 vererfd op Mr Etienne Luzac. In 1806 overgedragen aan Danker Amijs Haringman, gepens. vice-admiraal te ‘s-Gravenhage, die in 1807 en 1818 ook de twee erven nr 51 aankocht. In 1828 verkoopt Haringman het huis, omschreven als “Buitenplaatsje, bestaande uit een heerenhuis voorzien van verscheidene behangen kamers, keuken, kelder, stal, koetshuis, koepel aan de Leede, wel aangelegde plaats en kersenboomgaard”. Erbij hoorden drie erven aan de Arij Zegerendam (nrs 64, 65 en deel van 63) en twee nieuw gebouwde huizen op perceel 51.

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 32 e.v.
• M. Fannee & A.C.L. van Noort (2019). Warmondse edellieden en hun hedendaagse afstamming, in: De Hekkensluiter, jaargang 16 nr. 1, Historisch Genootschap Warmelda, p. 10-25.

F

53.

Cornelis Bouwenss. van IJcke.

In 1706 was hier een bakkerij gevestigd. In de tweede helft van de 18e eeuw is het perceel, tezamen met de nummers 54, 55, 56, 57, 58, 59, 60,61 en 67 een “hegte, sterke huismanswoning, zijnde 2 huizen met zomerhuis, kaarnmolen, schuren, hooibergen, stalling voor 25 koebeesten en 10 paarden, koetshuis, slagthuis en verder getimmerte met boomgaard en erve” van Van der Zon. De dam aan de z.w. kant van deze percelen heette vrijwel steeds “Ary Zegerendam”. In 1801 duikt even de naam “Miracel Dam” op. Het steegje tussen nr 53 en 54 heette “het Slop”.

F

54.

Pieter Vergenst.

huis en erf.

F

55.

Pietertge Feuijten (Wed. van Hendrick Dammass).

F

56,57.

Dirck Corn. (Coning off Seeman)

huis en erf.

F

58.

Henrick Gerritss. (den Haen).

F

59.

Cornelis Thijss.

De nrs 58 en 59 waren in 1718 een huis en erf.

F

60.

Maerten Janss. van Alckema.

F

61.

Huijbert (Symonss. van den Bos)

huis en erf.

F

62.

De kinderen van Aeltgen Arijens (De kinderen van Dirck xxx off Aeltgen Arijens)

huis en erf. In 1832 is het huis afgebroken.

F

63.

Frederick tot Rijnsborg.

huis en erf. Dit is Frederick de Rol.

F

64.

Symon Janss. Beuckelaer.

huis en erf, in 1765 afgebroken.

F

65.

Jacob Salomonss.

huis en erf, in 1756 afgebroken

F

66.

Gerrit (Antheuniss.) Poortenburg.

huis en erf. Bij de verkoop in 1773 wordt bepaald dat “Jan Leenderts Vos, oud 99 jaaren, zijn leeven lang geduurende in dit huijs en erf sal moeten blijven wonen sonder daarvoor iets aan den kooper voor huur te moeten betalen”. In 1813 wordt vermeld dat op dit erf behalve een huis een een “gebouw gebruikt tot de waag” stond! Verkoper is dan Gosse Schouman, koopman op de Haarlemmerdijk te Amsterdam, koper Pieter van Duijker, turfschipper te Warmond).

F

67.

Cornelis Janss. Crael (Jan Janss. Bouts kinderen)

huis en erf.

F

68.

Pieter Willemss (Schoenmaker)

In 1777 een looierij, in 1807 nader omschreven als “stukje land geapprobeert tot looierij waarin 3 runputten en een kalkput met een houten schuur of loots”. Deze looierij behoorde bij het schoenmakershuis, nr. F 14 en 15.

F

69.

Sijburge Corndr. (Zeeman)

1667: huis en erf.

Hoogstwaarschijnlijk woonde hier de Warmondse uitvinder Cornelis Dircsz. Zeeman (overleden ca. 1660).

• A.C.L. van Noort (2007). De vergeten uitvinder van Warmond, Cornelis Dircsz. Zeeman, in: De Hekkensluiter, jaargang 4 nr. 2, Historisch Genootschap Warmelda, p. 9-13.

F

70.

Ghijsbert Janss. (Wassenaer)

huis en erf. In 1796 voor een deel pakhuis. Aan de wal was rond 1800 een ligplaats voor de turfijker van de Wed. Baer en Comp. en in e Leede lag een “vischblok”. Enkele roeden van perceel 69 werden eind 18e eeuw bij dit perceel gevoegd, ten gebruike als “elsen stoof”. In 1801 werd het (pak)huis afgebroken. Daarna wordt het verkocht als “stuk tuinland”.

F

71.

Pieter Janss. van der Linde.

huis en erf, in 1799 van de rietdekker Arie van den  Berg. In het begin van de 19e eeuw behoorde percelen 71 tot 80 allen tot de buitenplaats Middendorp (zie F 80).

F

72.

Anna Wouters

huis en erf.

F

73.

Anna Wouters

tezamen met perceel 74 in de 18e eeuw een “huismanswoning, zijnde twee huizen met zomerhuis en stalling voor 19 koebeesten”.

F

74.

Corn. Maertss. Bolsser.

F

75.

De Wed. van Jan Pieterss. (van Brederode), metselaar.

huis en erf. Zie nr 80.

F

76.

Anna Wouters.

in 1753 tuintje, behorende bij perceel 81.

F

77.

Aryen Huijgen van Griecken.

huis en erf. In 1723 en 1748 een bouwhuis met hooiberg, in 1804 een boomgaard en moestuin.

F

78.

Dirck Corn. (of Dirck Grote Kees).

huis en erf.

F

79.

Dammas Corn. Boon

huis en erf.

F

80.

Dammas Cornss. Boon

Reeds in 1665 was hier de bierstal van Dammas Boon gevestigd. In 1702 doet de weduwe Boon de “huysinge en schuyr, waar in de bierstal nog gedaan wierd” over aan Damma Boon (Jr), tezamen met nr 75, omschreven als “een erf daar een huis op gestaan heeft” en een “dubbelde damschuijt met sijl”. Sedert die tijd blijven de percelen 80 en 75 in één hand. In 1775 staat op perceel 80 een “hegt en sterk” huis en is nr 75 een boomgaard. In 1781 is perceel 80 “een huizinge genaamd “Middendorp” en nr 75 de tuin In 1788 spreekt men van “een kapitale hegte, sterke, zeer plaisante en sedert weinig jaaren grootendeels vernieuwde huizinge, erve en thuin, genaamt Middendorp”, in 1801 nog aangevuld met “met een slingerbosje annex, met diverse boven en benedenkamers, droogzolders, turfzolder, meidenkamer, keuken, kelder, regen- en putwaterpompen, de tuin voorzien van persiken schuttinge, excuise vrugtboomen en gedeeltelijk moesland, met een groote schuur in de tuin en vischblok in de Leede”.

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 93 e.v.
• A.C.L. van Noort (2015). Warmond heeft na 400 jaar weer een brouwerij!, in: De Hekkensluiter, jaargang 12 nr. 2, Historisch Genootschap Warmelda, p. 26-31.

F

81.

Anna Wouters.

huis en erf.

F

82.

De kinderen van Anna Jansdr.

huis en erf en boomgaard.

F

83.

Dirck Corn. Boon

huis en erf.

F

84.

Jacob Dirkss. Rousch (Dirck Jacobss Rousch kinderen)

huis en erf (1743), later “hegte en sterk weldoortimmerde huismanswooning met stalling voor 10 koebeesten, loots, hooiberg met 4 roeden” (1776). Later (1796) huis en erf.

F

85.

Pieter Arentss. van Assendelft (xxx Mr Phillips Baudous, Pieter Adriaenss van Assendelft).

Mr Phillips de Baudous was een Warmondse chirurgijn die een erfje, nr 86, erbij kocht. In 1705 verkocht de Baudous “huis en erf en erf daar huis op gestaan heeft”, met “alderhande soorten van kruijden, medicamenten, instrumenten tot de medicine en chirurgie behorende” aan juffr. Machteld Kneppelhout. In 1729 verkopen de erven van Laurens Kneppelhout het huis en de twee erfjes “met de chirurgijnswinkel” aan Jan Teunis Lutsenburg. Diens opvolger werd Pieter Potgieter die het huis “gebruikt tot chirurgijnswinkel en apotheek” in 1802 aan George Adam Pabst verkocht.

F

86.

(Samuel) Claris

erf, behorend bij nr. 85

F

87.

Willem Bartholomeess. (Klinckenbergh).

behorend bij de timmermanswerkplaats, nr 92.

F

88.

Dirck Bartholomeess. (Lysbeth Leendertss. wed. van Dirck Bartholomeess. Klinckenbergh)

F

89.

Dirck Ponss.

1705: “huijsinge met sijn erve, werdende gebruijckt tot een timmermans- en moolemakers werft” (tezamen met een deel van perceel 96), eerst van Klinkenberg, later van Van Leeuwen, Roscam en Paddenburg en behorende bij nr 92.

F

90.

Jan de backer (Jan Claess. van Immersee, backer).

Dit is nu Dorpsstraat 69-71.

Dit was de oude Warmondse bakkerij, later van Heemskerk en Oudshoorn. Het grootste deel van dit perceel, 89 roeden, zou lange tijd bakkerij blijven, sedert 1740 van Corn. Pietersz. Heemskerk, sedert 1746 van Jacob Willemsz. Outshoorn. Sedert 1783 van Cornelis Outshoorn, sedert 1822 van Willem Oudshoorn.

Een deel van dit perceel, aan de Buurstraat, werd afgesplitst en vormde tezamen met een deel van perceel 96 jaren lang de Warmondse grutterij. Reeds in 1705 als grutterij bekend. 1712: “huis en erve, schuringe en beplantinge, werdende gebruikt tot een grutterije met alle het gaande en losse werk tot een grutterije behorende”. 1800: “huis en erf, zijnde een florissante grutterij, stalling voor 4 paarden en 15 koebeesten, wagenschuur, turfschuur en tuin”.

Aan de noordoostzijde van dit perceel (Dorpsstraat 71) woonde vanaf 1935 de schilder James Patrick Power (1885-1947).

• Anja Schrage (2016). James Patrick Power, in: De Hekkensluiter, jaargang 13 nr. 1, Historisch Genootschap Warmelda, p. 30-35.

F

91.

Dirck Gerritss.

huis en erf, later behorende bij de timmermanswerkplaats, nr 92.

F

92.

Willem Bartholomeess. (Klinckenbergh).

tezamen met de percelen 87, 88, 89, 91 de timmermanswerkplaats van Klinkenberg, Paddenburg en Melman. In 1826 met koepel aan de Leede en met de percelen 84, 93, 100, 101 en 102 erbij behorend.

F

93.

Bartholomees Dirckss. Klinkenberch.

In 1723 “huis en erf”. In 1749 “hegt, sterk en weldoortimmert huijs en erve, sijnde een vermaarde viskoperije, voorzien met een ruijm visblok in de Leede en een bequaam afdak om de vis te schrappen, met alle de vischbeugels”. In 1801: “gewese viskoperije”. In 1832 “huis, loots en erve” gekocht door R.K. Seminarium.

F

94.

Aldert Janss. (Burger)

huis en erf, later tezamen met nr 95 omschreven als “heerenhuijzinge” van de baljuwen en schouten van Warmond Van Lutsenburg, Le Clerq en Vereijk van Bommel, sedert 1819 van notaris, schout en secretaris Klaas Koning.

F

95.

De kerck tot Warmondt.

erf, behorende bij nr 94.

F

96.

Mouringh Corss.

behorende bij nr 99, de grutterij, later huis en erf.

F

97.

(overgeslagen nummer)

F

98.

Bartholomees van Clinckenbergh.

In 1717 de timmermanswerf van Van Leeuwen. In 1801 verkocht door de Wed. Dammas van Leeuwen aan F. Choron als “florissante timmermanswinkel waarin de affaire sedert onheugelijke jaaren met ‘t beste succes is gedaan”. In 1827 “heerenhuizinge of buitenplaatsje met tuinmanswoning, koetshuis en paardenstalling, genaamd Welgelegen”.

F

99.

Jan Jacobss. de Gorter (Jacob Janss. van der Linde of Jacob de Gorter).

De grutterij, later van Jacobus Verheul, Leendert Arisz. Groot, Joh. de Jong en Nic. de Vette.

F

100.

Maertgen Gerrits (Wed. van Frans Janss.)

Huis en erf, tezamen met het erfje nr 101. In 1774 een “heerenhuijsinge” van chirurgijn Mr Jan van der Wilt. In dit huis woonde in de 18e eeuw ook de kunstschilder Quirinus van Briemen

• A.G. van der Steur (1973). De Warmondse kunstschilder Quirinus van Briemen, in: Holland, Regionaal historisch tijdschrift 5, p. 1-10.

Later in de 18e eeuw woonde hier de belastinggaarder Jan Hendrik Spruit.

F

101.

Jan Jacobss. van der Linde.

Later erf behorende bij perceel 100.

F

102.

(Sijtgen Jansdr.) Wed. van Gerrit Bouwenss.

1667: Huis en erf.

Op dit adres (Herengracht 3) woonde enige jaren (tot 1939) de in Londen geboren schilder James Patrick Power (1885-1947).

• Anja Schrage (2016). James Patrick Power, in: De Hekkensluiter, jaargang 13 nr. 1, Historisch Genootschap Warmelda, p. 30-35.

F

103.

Hendrick Gerritss. den Haen.

In 1741 tezamen met nr 104 een “heerenhuijsinge”. De sloot aan de n.o. zijde wordt sedert 1741 de “Vismarktsloot” genoemd.

F

104.

Pieter Janss. Klinkenb.

F

105.

Cornelis Louriss. (van ‘t Sweylant)

1667: Huis en erf.

In 1747: “hegt en sterk weldoortimmert huis, in den jare 1742 geheel nieuw opgebouwd hebbend hetselve huijs en voornamentlijk de coepel het schoonste en ruijmste gesig dat imand soude konnen begeeren over de velden na de stad Leijden en eenige omliggende dorpen”. Het toenmalige huis is te zien op de tekening van Warmond door Q. van Briemen uit 1756. Sedert 1814 wordt gesproken over het buitenplaatsje “Zijlzicht”.

In 1910-1911 woonde hier de Warmondse vliegenier Cornelis Dirk Merens.

• A.C.L. van Noort (2007). Cornelis Dirk Merens, de Warmondse vliegenier, in: De Hekkensluiter, jaargang 4 nr. 1, Historisch Genootschap Warmelda, p. 15-19.
• M. Fannee (2013). Welk deel van Warmond tekende Q. van Briemen in 1756?, in: De Hekkensluiter, jaargang 10 nr. 1, Historisch Genootschap Warmelda, p. 32-45.

F

106.

Wed. van Aryen Simonss. Buijtendijck (Claes Claess. Lutsenburg, getrout hebbende Maertge Gijsberts van Sijp, te voorens wed. van Aryen Simonss. Buijtendijck, gemeen met Pr Corn. van Leeuwen, alias Knien).

Huis en erf. Sedert 1714 tezamen met nr 107.

F

107.

De kinderen van Mr Willem (de la Barbe).

Huis en erf. Sedert 1714 leeg erf, behorend bij nr 106.

F

108.

Cornelis Harmenss.

Huis en erf. In 1733 “waar voor dese een huijsje op gestaan heeft”, behorende bij E 41.

F

109.

Aelge Kanen.

Huis en erf.

F

110.

Maritgen Pietersdr.

Huis en erf. In 1750 nog tezamen met nr 109 “huis en erf aan de Vismarktsloot”. Sedert 1786 echter tezamen met de nrs 111 en 112 en dan “huis en tuin aan de Leede”. In 1804 vormen de percelen 110, 111, 112 “een huis, erve en tuin, genaamd Uit en Thuis” en zijn dan in één hand met de percelen 116 - 119 waarop nog een huis, schuitenhuis en tuin. Verkoper in at jaar is de oud baljuw Cornelis le Clerq.

F

111.

Gerrit Corn.

Huis en erf, in 1782 een leeg erf. Zie nr 110.

F

112.

Gerrit Dirckss. Voet.

Huis en erf. Zie nr 110.

F

113.

Jan Prss. Koningh

Huis en erf, in 1707 de smidswinkel van Willem Jans Koning. In 1791 de “smitterij” van Lipman.

F

114.

Abram Willemss.

Huis en erf. Eind 18e eeuw een erf behorend bij nr 113.

F

115.

Bartholomees Dirckss. Clinkenberch (met Gerrit Dircxen Voetss.)

Eind 18e eeuw een erf behorend bij nr 113.

F

116.

Pieter Corn. van Leeuwen.

In 1791 een “oud vervallen huis en erf” behorende bij nr 113. De percelen 116 - 119 zijn in 1791 in één hand en omvatten een huis en erf en een schuitenhuis van de bakker Willem Kramer. In 1804 behorend bij “Uit en Thuis”, zie nr 110.

F

117.

Jan Willemss. Cleijn Jan

Zie 116.

F

118.

Wijntgen Pietersdr. (tot Leijden)

Zie 116.

F

119.

Maertgen Jacobsdr. wed. van Jacob Clinkenb.

Zie 116.

G

1.

(Cornelis Mathijs Suijderhout, tussen Heerwegh ende ‘t Buyrpat).

Aan de noordwestzijde van dit perceel (Herenweg 109) stond vanaf 1899 buitenplaats Welgelegen. In juni 1927 kocht de gemeente Warmond de buitenplaats en besloot deze in 1929 tot gemeentehuis in te richten. In 2017 is de voormalige buitenplaats uiteindelijk afgebroken.

• A.C.L. van Noort (2004). Een nieuw raadhuis voor de Gemeente Warmond?, in: De Hekkensluiter, jaargang 1 nr. 2, Historisch Genootschap Warmelda, p. 6-8.
• Anja Schrage (2017). Buitenplaats Welgelegen aan de Herenweg te Warmond, in: De Hekkensluiter, jaargang 14 nr. 1, Historisch Genootschap Warmelda, p. 6-13.

G

2.

Corn. Corn. Yperlaen ende den H. Geest samen.

Een deel van dit perceel is reeds genoemd onder E 53. Het laantje aan de n.o. kant heette “de Kerckesteeg”. De percelen 1 en 2 waren in de 18e eeuw samengevoegd met nr E 49 en een deel van E 52. Dit krochtje behoorde bij de boerderij G 17.

G

3.

Gerrit Corneliss. ende den H. Geest (Den H. Geest tot Warmont)

G

4.

Jan Dircxss Entepoel.

De percelen 3, 4 en later in de 18e eeuw ook de nrs 5 en een deel van 6 waren teelland en behoorden bij G 20B - 22, de buitenplaats Leerust.

G

5.

Dammas Janss. Lutsenburg.

Teelland, zie 20B.

G

6.

De Heer van Haserswoude’s erffgenamen (nu de vrou van Londersloot).

Teelland, zie 20B

G

7.

(Simon Phillipss. van Achthoven)

G

8.

Claes Janss. Lutsenburg.

De percelen 7 en 8 en een deel van 6 vormden in de 18e eeuw een wei of teelcrogt. (1729: “een afgesande kroft”). De laan aan de n.o. kant heette de Donker steeg.

G

9.

Doe Janss. Entepoel cum socinus (Doe Janss. Entepoel leenlant 4 hant; Deselve Doe Janss Entepoel met de kinderen van Ermpje Pieterss. van Outshoorn tesamen 5 hont 53 roeden).

“Crogje” of teelland, 1796: “bij het eerste klaphek”. (Het Buerpad was op deze hoogte en iets verder naar het oosten voorzien van twee klaphekken die oudere inwoners zich nog herinneren en er dus tot in de 20e eeuw gestaan moeten hebben).

G

10.

Jacob Slingelandt

land (waarvan 1 morgen leen van Naaldwijk) 

G

11.

De kinderen van Cornelis Pieter Janss.

land

G

12.

Jacob Jacobss. Rousch

land, zie nr 36.

G

13.

Jan Pieterss. Groenendijck (huijs en erf)

Dit is boerderij 'Weltevreden' (Beatrixlaan 14 en 16)

Deze boerderij werd in 1660 door Frans Jansz. oude Jan verkocht aan Jan Pietersz. Groenendijk. De boerderij bleef in bezit van de familie Groenendijk tot ca. 1777.

In 1803 kwam de boerderij in bezit van Leendert Heemskerk.

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 18 e.v.

G

14.

Gerrit Janss. Kercklaen

Dit is boerderij 'Oudershoeve' (Dorpsstraat 89).

In 1649 stond hier reeds een boerderij.

1667: Huis en erf, 1763: “bouwhuijs met een nieuw gemaakte stallinge voor 20 koebeesten en 2 paerden en een 5 roede hooybergh”, 1822: “Bouwhuys waarin sedert vele jaren de slagterij en vleeshouwerij zijn geexerceerd en alsnog worden uitgeoefend” eigendom van Matthijs van Noort.

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 38 e.v.

G

15.

Joost Corneliss. (van der Werf)

huis en erf

G

16.

Cornelis Thijss (Suijderhout sijn huijserff tusschen ‘t Buijrpad ende de Lee)

huismanswoning 1807: “met zomerhuis, schuur, stalling voor 23 koebeesten en 1 paard, 2 hooibergen, varkenshok, kaarnmolen etc.”

G

17.

Gerrit Corn. Entepoel

zie 20 A

G

18.

Jan Janss. van Leeuwen (d’oude)

huis en erve in 1729, later zie 20 A

G

19.

Gerrit Janss. van Leeuwen (alias Noom)

zie 20 A

G

20A.

Cornelis Ghijsbertss. van der Codde.

In 1720 en 1733 tezamen met nr 19 “hecht en sterk bouwhuijs met barg, schuur en erf waarop voor deze nog een huis bestaan heeft”. In 1780 tezamen met de percelen 17, 18 en 19 “hecht en sterk huis en erf geapproprieerd tot een looierij voorsien van diverse run- en kalkputten, met nog een huis en erf ernaast, tezamen strekkende van de Buurstraat tot de Leede waarover deeze partij zeer aangenaame uitzigten is hebbende, zo op de stad Leijden, de Kaag, als verder omliggende dorpen over de Zijl en dus ook zeer geschikt voor buitenverblijf”. De scheepmakerij van Van der Bijl aan de overkant van de Leede had in 1780 overpad over deze percelen. In 1793: 2 huizen en erven “geweest voor deze een looierij”. In 1810: “een zeer logeabele buitenplaats met koetshuis, stallinge en koepel aan de Leede”.

In 1824 werden de percelen 17, 18, 19 en 20a gesplitst. Een deel werd omschreven als: “buitenplaatsje voorzien van onderscheide behangen en onbehangen benederen en bovenkamers, 2 keukens, kelder, koetshuis, stalling voor drie paarden, zijnde sinds weinige jaren grotendeels vernieuwd, met een koepel aan de Leede”. Het andere deel als “een huismanswoning met stalling voor dertig koeien en een paard, kaarnmolen, hooiberg, etc.” (dit is de boerderij op Dorpsstraat 101).

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 42 e.v.

G

20B.

Dirck Corneliss. Entepoel (Jan Dirckss. Entepoel, huijserff)

In 1707, tezamen met perceel 21, “hecht en sterk bouwhuijs met barg, met een erf daar een huijs op gestaan heeft”. Koper werd Benjamin Bredly die ook een perceel 22 (het tuinmanshuis) erbij verwierd en in 1722 deze percelen verkocht als “een plaisante buitenplaats met verscheydene vertrekken, waaronder twee behangen zijn, welke behangels den koper sullen moeten volgen, mitsgaders een stalling voor drie paarden, met een wagen- en chesenhuis”. In de loop van de 18e eeuw kreeg de plaats de naam Leerust. In 1800 wordt nog de “zeer fraaye extra vermakelijke salon” apart genoemd. Koper in 1804 werd Joh. Siberg, goeverneur generaal van Ned. Indië. Siberg vergrootte zijn bezit o.m. in 1807 met de ernaast gelegen buitenplaats “Zorgrust” (de percelen 29 - 33), zodat in 1823 Mr H.A. Nederburgh, eigenaar werd van “Leerust, voor weinig jaren nieuw getimmert” en met een nieuwe koepel aan de Leede, met twee tuinmanswoningen, paardestal, twee koetshuizen en veel tuin “doorsneden met aangename wandelingen en hebbende zeer geextendeerde uitzichten over de Leede”. In totaal ging het nu om de percelen 20B, 21, 22, 23, 24, 26, 27, 29, 30, 31, 32, 33, 3, 4, 5 en een deel van 6.

G

21.

Sacharias Thijss.

Zie 20B.

G

22.

Cornelis Boot.

huis en erf, zie 20B.

G

23.

Dammas Janss. Lutsenburg

bouwhuis en erf, zie 20B.

G

24.

Pieter Mouringhs (Langelaan)

1703: “erf daar huis op gestaan heeft”, zie 20B.

G

25.

Pieter Janss. Coyman

huis en erf, sedert 1824 ook behorend tot Leerust en in 1825 gesloopt.

G

26.

Gijsbert Jacobss.

zie 20B

G

27.

Dammas Janss. Lutsenburgh

huis en erf, zie 20B.

Op 11-3-1610 was er een contract gesloten tussen de eigenaar vna dit perceel en de omliggende percelen, met de “geburen” in het lage land betreffende “het opschepen en overbrengen van de doden en het wederkeren der vrunden, alsmede de kerkgang etc.” Het laantje dat aan de n.o. kan van de percelen 23 - 27 liep en dat gebruikt werd als kerkepad voor de bewoners van het lage land die per boot de kerk bezochten, wordt in alle stukken, tot in de 19e eeuw, “de kerklaan” genoemd.

G

28.

(overgeslagen nummer)

G

29.

Thonis Dammass. Lutsenburg

huis met boomgaard en moestuin. In 1807, tezamen met de percelen 30, 31, 32, 33 en een deel van 6 “een fraaye, zeer aangenaam gelegen buitenplaats genaamd Zorgrust”. Zie 20B.

G

30.

Maertgen Francken (Wed. van Philips Simonss.)

huis en erf, zie 20B.

G

31.

Dirck Jacobss. Rousch

“crogje aan de Lee” (1784), zie 20B.

G

32.

Maertgen Huijgen, wed. van Jan Mouringhss.

bouwhuys met erf (1784), zie 20B.

G

33.

Jans Mouringhs (Maertgen Huijgen, wed. van Jan Mourings Langelaan, met Maertgen Huijgendr.).

erf (1791), zie 20B.

G

34.

Jan Pieterss. Craen.

In 1729: bouwhuijs met schuur, stallinge en kaarnmolen” in 1743 en 1785: “weiland”.

G

35.

Claes Janss. Lutsenburg.

In 1680 zien we Arie Claesz. Entepoel als eigenaar vermeld.

1785: huis en erf met stalling voor vier koebeesten en boomgaard. In 1810 werd het huis afgebroken, maar later weer herbouwd. In 1830 kocht Willem Oudshoorn een “huis met koestal, hooiberg erve en tuin aan de Dorpsstraat bij de Klaphekwei”, het begin van de latere boerderij en jachthaven ‘t Fort (Burgemeester Ketelaarstraat 17).

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 21 e.v.

G

36.

Jacob Jacobss. Rousch

Tezamen met nr 12 vormde dit perceel een stuk weiland “de Klaphekwei, waardoor de dorpsstraat is leggende” (1785).

G

37.

Jan Aryenss (Duijfgen Jansdr., wed. van Jan Franss. alsnu getrout met Jan Adriaenss. van Teylingen).

Tezamen met de percelen 38 en 39 vormde dit in 1743 “een welgelegen huijsmanswoning met huijsinge, erven, schuur, somerhuijs, twee hooijbergen, kaarnmolen, varkenshok en dorsvloer, stalling voor omtrent dertig koebeesten”. In 1735 werd deze boerderij, tezamen met de z.g. “Klaphekwey” (nrs 12 en 36) aangekocht door de heer van Warmond, C.P. baron van Leyden.

G

38.

Jacob Jacobss. Rousch (huijs en erff)

zie nr 37.

Dit is boerderij 'De Burcht' (Burgemeester Ketelaarstraat 25).

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 24 e.v.

G

39.

Jacob Corneliss. Slingelandt.

zie nr 37

G

40.

Huijg Jacobss. van der Plas, sijnde erfpacht (de laatste twee woorden later doorgehaald).

huis en erf (1709), bouwhuijs en erf (1733 - 1830).

G

41.

(overgeslagen nummer).

G

42 - 44.

Den heere van Warmondt

In 1477 en 1508 vermeld als de “ouden boemgaerdt”.

Zie nr 56

Perceel 42, weiland, werd in 1729 door de heer van Warmond verkocht, maar in 1800 weer terug gekocht door de Vrouwe van Warmond.

• M. Fannee (2014). tlant te Waremunde, een studie over Warmond in de middeleeuwen (1100-1400), Lisse, p. 140.

G

45 - 49.

Den heere van Warmondt

De percelen 45 en 46, een teelcroft, werden in 1729 door de heer van Warmond verkocht. Aan de n.o.kant werden deze twee percelen begrensd door “de Zandsloot”.

G

50, 56, 57.

Den heere van Warmondt met het huijs te Warmondt, begaert ende chingels, welcke appart contribueren, te samen groot 5 mergen ende 200 roeden; Den ouden bogaert mede apart contribuerend groot 2 mergen, het verdere van de thuijnen, boomgaerden ende landen van den huijse van Warmond, soodanig het jegenwoordig is gelegen groot boven de voorss. apart contribuerende parthijen 2 mergen 118 roeden (50 de laen, 56 erff genaemt den ouden boomgaert; 57 de gront van huijs, boomgaert ende cingelen)

Het Huys te Warmont wordt voor het eerst vermeld in 1359. Het kasteel wordt dan genoemd: “de grote hofstad van heer Jacob van den Woude”.
Kort daarop, in 1362, wordt het kasteel vermeld onder de naam die we tegenwoordig kennen: “Huus te Warmonde, sijn Heemwerft met alle der husinghe diere up staet ende met den boemgaerde, streckende van der Leede an dat gangpat”

Het kasteel is een paar keer ten prooi gevallen aan oorlogsgeweld:
1420: Verwoest door de troepen van Jan van Beieren die Leiden kwamen belegeren
1426: Verwoest door de Kabeljauwen uit Haarlem
1574: In brand gestoken door de Spanjaarden na het eerste beleg van Leiden (oktober 1573-maart 1574)

Het bos rondom het kasteel wordt net zo lang vermeld als het kasteel zelf. In 1586-1590 heette perceel G 56, ten noordoosten van de laan van het Huys te Warmont, de “groote bongaert”.

In 1774 werd het Huys te Warmont voor het eerst in zijn lange geschiedenis verkocht. De nieuwe eigenaar, baron C.P. van Leyden, liet het toen nog middeleeuwse kasteel verbouwen tot de buitenplaats die we tegenwoordig kennen.

Aan het einde van de 18e eeuw verbleven de schrijfsters Betje Wolff en Aagje Deken met regelmaat op het kasteel.

• A.G. van der Steur en J.J. Witkam (1963). Het Huijs te Warmont, zijn geschiedenis en zijn bewoners, Leiden.
• A.G. van der Steur (1975). Johan van Duvenvoirde en Woude (1547-1610). Heer van Warmond, admiraal van Holland.
• R.J. Stöver (1999). Een donjon te Warmond, De voormalige woontoren van het Huis te Warmond herontdekt?, in: Castellogica nr III nr. 1, NKS, Wijk bij Duurstede, 369-382.
• Anja Schrage (2004). Betje Wolff en Aagje Deken en het Huys te Warmont, in: De Hekkensluiter, jaargang 1 nr. 1, Historisch Genootschap Warmelda, p. 4-9.
• M. Fannee (2014). tlant te Waremunde, een studie over Warmond in de middeleeuwen (1100-1400), Lisse, p. 100 e.v., 140
• M. Fannee (2017). Heren van Warmond en Woude, 985-1503, Katwijk, p. 72, 107, 114, 136, 143, 145, 156, 167, 169.

G

51 - 55.

Den heere van Warmondt.

G

58.

Leendert Corneliss. Buijtendijck.

In 1751 een “welgelegen huijsmanswoning en erve met hooibergen en schuur (...) bij de koornmolen”. Er gold een bepaling dat de koper geen “hout” mocht planten “binnen 50 roeden van de koornmolen, als met kennisse en goedvinden van de Heer van Warmont”.

G

59.

Juffrou wed. van Dirck van Campen

De percelen 58 en 59 zouden later bij het Huis te Warmond worden gevoegd.

H

1, 2.

Juffrouw de wedue Dirck van Campen.

H

3.

Jan Corneliss. Buijtendijck (met Aechien Cornelisdr Suijderhout gemeen).

H

4.

Abdij van Rijnsburg, Cornelis Willemss. bruijcker (laatste drie woorden geschrapt).

H

5.

Jan Symonss. Buijtendijck.

H

6.

Dammas Janss. Lutsenburg.

H

7.

Elisabeths Gasthuys binnen Leyden.

H

8.

Jonchr Alckemade.

H

9.

Jonchr. Theodoor van der Laen.

H

10.

Juffrouw de wedue Dirck van Campen

H

11.

Den heere van Warmonts molenerff.

Op dit perceel stond de Warmondse korenmolen.

1370: eerste vermelding.
1468: “die molen tot Wermonde”.
1781: omschreven als “de Warmonder dwangwind steene koornmolen met het moolenhuis en erf”.
1872: te koop aangeboden voor 1450 gulden.
1873: vermeld als afgebroken.

• A.C.L. van Noort (2006). De vergeten korenmolen van Warmond met een raadselachtig einde, in: De Hekkensluiter, jaargang 3 nr. 1, Historisch Genootschap Warmelda, p. 14-23.

H

12.

Juffrouw de wedue Dirck van Campen.

H

13.

Jan Corneliss. Buijtendijck bruijker. Eigen. de kerck off pastorij (de heer van Warmont).

H

14.

Pastorij, Jan Prs. Rousch bruijker (de pastorij van Warmont).

H

15.

Juffrouw wed. van Campen.

H

16.

Jan Janss. Buijtendijck.

H

17.

Pieter Arentss. cum socius (St Catarijnen Gasthuys tot Leyden voor ⅔ en Pieter Arents voor ⅓).

H

18.

Jan Janss. Buijtendijck.

H

19.

Jan Corneliss. Buijtendijck (met de pastorie tot Warmond gemeen).

H

20.

Jan Janss. de Linde.

H

21.

Jan Symonss. Buijtendijck (hieronder comt de abdije van Leeuwenhorst 4 hont).

Deze laatste 4 hont betreft het n.o. deel.

H

22.

Dammas Janss. Lutsenburg.

H

23, 24.

Jacob Janss. van der Son (Paul de Jongens erffgenamen).

H

25.

d’Abdije tot Rhijnsburg.

Wanneer de Ridderschap van Holland als administrateuren van de v.m. Abdij Rijnsburg in 1792 deze grond verkoopt wordt als z.o. belending opgegeven “de weg en de Heer van Waspik met diens laan”.

H

26.

Jan Corneliss. Buijtendijck (sijn croft).

H

27.

Jan Corneliss. Buijtendijck (sijn huijs).

In 1359 stond hier (Oosteinde 1-3) de hofstad van de Leidse patriciër Willem Smeder. In 1366 vertrok Willem Smeder uit Warmond, waarna de woning in handen viel van Jan van den Woude van Alkemade. Het middeleeuwse huis is kort voor 1579 afgebrand.

In 1646: “Een hofstede vanouds genaamd het huis te Waert”

In 1810: Bouwhuijs met hooibergen, schuur, etc., leen van het Huijs te Warmond.

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 94 e.v.
• M. Fannee (2016). Willem Smeders hofstad: een vroeg-14de-eeuwse voorganger van het Huis te Waert, in: De Hekkensluiter, jaargang 13 nr. 1, Historisch Genootschap Warmelda, p. 6-11.
• M. Fannee (2017). Hoe komt het Warmondse adellijke huis ‘te Waert’ aan zijn naam?, in: De Hekkensluiter, jaargang 14 nr. 2, Historisch Genootschap Warmelda, p. 26-35.

H

28 - 30.

Jan Pieterss. Rousch

In 1708 “twee huizen met erven en land”, in 1783 “huis en erf in twee partijen bewoond, genaamd ‘t Crofje van Akerboom”.

H

31.

De wedue van Simon Symonss.

Dis is de voormalige boerderij Oosteinde 9.

De geschiedenis van deze boerderij gaat terug tot het jaar 1618. Er was toen sprake van een nieuw gebouwd huis, dat in bezit kwam van Cornelis Claesz.

In 1723 “bouwhuys”, in 1826 “huys”.

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 97 e.v.

H

32.

Chatrynen Gasthuys binnen Leyden.

Dis is de boerderij Oosteinde 11.

De geschiedenis van deze boerderij gaat terug tot het jaar 1543. Toen woonde Willem Claesz. van Alphen op deze boerderij.

In 1761 een “bouwhuys met een apart somerhuys, karnmolen, varkenshok en hooiberg, verkocht “tot afbraak”. Het land werd gekocht door de eigenaar van perceel 33.

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 100 e.v.

H

33.

Jan Janss. Buijtendijck.

bouwhuis, hooibergen, schuren etc. sedert 1761 tezamen met perceel 32. De bemaling van nr 32 geschiedde (1783) door de molen van de Hemmeerpolder, d.m.v. een duiker.

H

34, 35.

Jan Janss. Linde.

Dis is boerderij Abrahams Offerhande of Oosterwoud (Oosteinde 13).

1386: Jan van den Woude Florisz. van Alkemade, neef van de leenheer. Woning met 11 morgen land, strekkend zuid tot de Hemmeer, Daartoe behoorden ook percelen 36 t/m 39. Leen van het Huis te Warmond.
1493: Cornelis van den Woude Jansz. De “Steynshorn”, gelegen in de Klein-Hemmeerpolder, hoorde bij deze woning
1633: Jan Jansz. Linde. Het leen wordt opgesplitst: percelen 36 t/m 39 horen er niet meer bij.
1724: Jan Janse Kraan. “een bouwhuys met de bargh en schuijr, potinge en plantinge met een partije soo weij als teelland groot in ’t geheel twee morgen 310 roeden” , 400 roeden uit dit perceel was leen van het Huis te Warmond, 170 roeden was eigendom van de Abdij Rijnsburg.
Eind 18e eeuw behoorde ook nr 36, de “Oude Laan van Hemmeer” tot dit perceel.

• J.C. Kort (1980/1988). Repertorium op de lenen van de hofstede Warmond, in: Ons Voorgeslacht. [leen 87, 87B, 87D]
• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 108 e.v.

H

36.

Den heere van Warmenhuijsen.

Dit perceel, de laan van het huis Hemmeer, was leen van het Huis te Warmond, zie ook nr 34, 35.

H

37- 39.

Maerten Leendertss.

Leen van het Huis te Warmond; ie nr 44.

H

40.

Jacob Janss. van der Son.

Zie nr 44.

H

41.

Jan Symonss. Buijtendijck.

Zie nr 44.

H

42 , 43.

Jacob Janss. van der Son.

Zie nr 44.

H

44.

Jacob Janss. van der Son (sijn huijs erf).

bouwhuijs. Bij deze boerderij behoorden in het midden der 18e eeuw de percelen 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 45, 46.

• A.G. van der Steur (1970). Een Warmondse boerenboekhouding uit de tijd van de veepest (1742 - 1749), in: Leids Jaarboekje 1970, p. 161-187.

H

45.

Jan Symonss. Buijtendijck.

Bouwhuijs, zie ook nr 44.

H

46 - 48.

Jacob Janss. van der Son bruijker (Paul de Jongens erffgenamen).

H

49.

D’Abdije tot Rhijnsburg.

H

50.

D’Abdije tot Rhijnsburg. C Den uijtwegh van Hemmeer of Hemmeerse laan, groot 368 r dewelcke begrepen is onder de 19 m 179 r sijnde de oude gronden getrocken tot de dijckagie vande Hemmeer, tot memorie).

H

51.

D’Abdije tot Rhijnsburg.

H

52.

D’Abdije tot Rhijnsburg (Hieronder comt Jacob Janss. van der Son een mergen)

In 1792 verkocht de Ridderschap van Holland als adm. van de v.m. Abdij Rijnsburg de percelen 49, 51 en 52. De boerderij op nr 52 was eigendom van de kopers (Jan en Jannetje Kortenbosch). “Hieronder begrepen de laan en uitweg van de Hemmeer ter grootte van 368 roe (w.s. lopende over perceel 52 en aansluitende op perceel 50) waarvan de abdij van de Hemmeerpolder jaarlijks f 10,- geniet als erfpacht”. Deze erfpacht bleef voor de abdij!

H

53.

Jan Janss. Linde.

“weiland bij de kwakel aan de Ringsloot” (1806)

H

54 - 62.

Jonchr. Alckemade (61: gront ende tuijnen van de hofstede; 62: hieronder de gront van t bouhuijs).

Het huis Oud Alkemade en de boerderij die er naast lag. De boerderij werd in 1806 door F.B. Cousebant van Alkemade verkocht, met “stalling voor 28 koebeesten, twee hooibergen, schuur, wagenhuis, paardenstalling, boomgaard en moestuin”. Uitgezonderd van de verkoop werden “het vinkenhuis met zijn toebehoren en de twee schuttingen, staande op de vinkenbaan”. De watermolen op perceel 57 - 58 zou gemeenschappelijk eigendom blijven de de koper en van de eigenaar van Oud Alkemade. In 1807 werd door curatoren over F.B. Cousebant verkocht: “het van ouds riddermatige huis en hofstede van Alkemade, anders genaamd Oud-Alkemade bevoorens met 20 morgen land leenroerig aan de Staten van Holland en 2 stukjes land leenroerig aan den Huijze van Dever, vanouds met het recht van zwanendrift en visserij, met deszelfs aanzienlijke en binnen weinige jaren geheel nieuw en modern getimmerde Heerenhuizinge met een tooren waarin een slaande uurwerk, voorts met twee koetshuizen en stallingen, tuinmanshuis, schuitenhuis, vijver, goudviskom, slinger- en houtbossen”, etc. De hofstede Oud Alkemade omvatte de percelen 60, 61, 55, 54, 25 en uit 7, uit 56 en uit 57, tezamen 18 morgen 10 roeden. De boerderij omvatte de percelen 62, 63, 58, 59, 8, 9, uit 7, uit 56 en uit 57 en in de Fl. Schouten Vrouwenpolder, de nrs 2, 3 en 6 en in de Hemmeer de nrs 6, 13 en 14, totaal 34 morgen 29 roeden. In 1824 werd het huis Oud-Alkemade afgebroken.

Zie H 63.

• B. Olde Meierink en T. Hermans (2015). Oud-Alkemade in Warmond. Een reconstructie van de bouwgeschiedenis van een zeventiende-eeuws 'kasteel', in: Kasteel & Buitenplaats, jaargang 17 nr. 49, p. 11-16.

H

63.

Jan Janss. Linde.

Tussen ca. 1250 en 1400 stond hier het middeleeuwse kasteel Alkemade.

Zie H 54 - 62.

• M. Fannee & A. van Noort (2013). Waar is kasteel Alkemade gebleven?, in: Leids jaarboekje 2013, p. 155-177.
• M. Fannee (2014). tlant te Waremunde, een studie over Warmond in de middeleeuwen (1100-1400), Lisse, p. 113 e.v.
• J. van Doesburg & M. van der Heiden (2013). Wallen en grachten aan de Wasbeeklaan. Archeologische waarnemingen Warmond-Wasbeeklaan 31, najaar 2012. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort.

I

1.

Dr Michiel van Ring.

I

2.

Simon Duijtendijcks erffgenaemen (Claas Corneliss. van Brielen tot Sassenheim)

I

3.

Jonchr van Alckemade.

I

4.

Pieter Gerritss. Capiteyn, eijgen. ofte bruijker.

I

5, 6.

Jonr. van Alckemade.

In 1806 wordt door F.B. Cousebant van Alckemade nr 5 verkocht, omschreven als “een vogel of endekooi, zijnde beplant met esse en elze hakhout”. In 1819 luidt de omschrijving “bosland, van ouds genaamd de vogel of eendekoy”.

I

7.

Jacob Janss. Naerdenburg.

1785: weiland van ouds genaamd de Kleyne Schrank of Coeycamp.

I

8.

De kerck tot Warmondt.

I

9.

D’abdij van Leeuwenhorst.

J

1.

Neeltgen Jacobsdr. Rousch.

J

2.

De kerck tot Warmondt.

J

3.

Cornelis Matthijss.

J

4. - 12.

Den heere van Warmont (totaal 14 morgen en 397 roeden. Hierbij dan nog 4 hont voor de apart contribuerende coy).

In 1359 heetten percelen J 5 en 11 de “Hofvenne”; in 1580 idem dito.

In 1498 heette perceel J 4 de “hooffdenscamp”; in 1586-1590 idem dito.

Perceel J 6 was in de 17de eeuw nog dubbel omgracht. Hoewel de legger dit perceel omschrijft als een (vogel)kooi, wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) aan dit bericht getwijfeld. De meervoudige omgrachting past volgens de RCE meer bij een versterking uit de late middeleeuwen.

• M. Fannee (2014). tlant te Waremunde, een studie over Warmond in de middeleeuwen (1100-1400), Lisse, p. 149, 151.
• J. van Doesburg & M. van der Heiden (2013). Wallen en grachten aan de Wasbeeklaan. Archeologische waarnemingen Warmond-Wasbeeklaan 31, najaar 2012. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort, p. 32.

J

13.

Jan Corneliss. Buijtendijck.

K

1.

Leendert Corn. Buijtendijck

K

2.

Jan Corn. Buijtendijck

K

3 - 6.

Den heere van Warmenhuijsen

   Op perceel nr 4 stond het buiten Hemmer of Hemmeer, ook wel Oostwoud genaamd.

K

7.

Jan Corn. Buijtendijck.

K

8 - 10.

Den heere van Warmenhuijsen

K

11, 12.

De heer Becker

Aan de n.o. kant van de percelen 6 en 12 liep de “laan in Hennemeer”.

K

13.

Jonr. Alckemade

K

14.

Jacob Janss. Pronck.

K

15.

De heer Becker.

K

16.

Jacob Janss. van der Son.

K

17 - 19.

Den heere van Warmondhuijsen.

L

1.

De erffgenamen van Annetgen Thonisdr.

L

2.

Cornelis Arentss. (Willempje Henrixdr voor ⅔ ende … (niet ingevuld) tot Haerlem ⅓).

L

3, 4.

Catrijnen Gasthuis binnen Leyden.

L

5, 6.

De armen wesen binnen Leyden ende Neeltgen Willemdr. tesamen.

L

7, 8.

(Het falide begijnhof binnen Leyden)

L

9.

De kinderen van Pieter Niclaess. van Leeuwen.

L

10.

De kerck tot Warmondt ende Jan Janss. Linde

 

L

11, 12.

De kerck tot Warmondt.

   in 1739 verkocht door de kerk. Hierbij de bepaling: “de koper zal moge profiteren voor het erf van de molenwerff jaarlijks 30 stuvers”.

L

13.

De armen wesen binnen Leyden

L

14.

Abdij Rhijnsburgh (Mourijn Corss. in plaets van Simon Jacobss. Beuckelaer. Hieronder heeft de abdije van Rhijnsburgh omtrent 4 hont gemengender veur ende aerde).

L

15.

Corn. Mathijss.

L

16.

De kinderen van Jan Prs. Rousch (Ghijsbert Janss. Wassenaer).

L

17.

Corn. Pijnss. Erffgenamen (Juffr. Cornelia Pijnssen erffgenamen).

L

18.

Claes Janss. Lutsenburg.

L

19.

De kerck tot Warmondt.

L

20.

Dr Michiel van Ring

L

21.

Willem Janss. van der Son

L

22, 23.

Abdij Leeuwenhorst.

M

1, - 7, 9.

D’Abdije van Leeuwenhorst.

In 1791 verkocht de Ridderschap van Holland als administrateur van de Abdij Leeuwenhorst 369 ½ roe land rond de vogelkooy, delen van de percelen 7, 9 en 15.

Perceel 5 heette in 1801 “het Stikstuk”, perceel 7 in 1801 “de Omloop”.

M

8.

De heere van Warmonts (groote) vogelcoy.

In 1729 verkocht de heer van Warmond dit perceel, omschreven als “een welgelegen vogelkoy leggende in de Koy- of Thuynderpolder”. In 1796 luidt de omschrijving: “een extra ordinaire rijke, zeer gerenommeerde bijzonder welgelegen en geconstitueerde vogelkooy met een huisje daarop staande, hebbende zes vogelpijpen met deszelfs water en houtgewassen”.

• J. Bergman en T. Elstgeest (2008). De eendenkooi: "een welgelegen vogelkooi", in: De Hekkensluiter, jaargang 5 nr. 2, Historisch Genootschap Warmelda, p. 20-23.
• E. van Ginkel (2014). De Eendenkooi van Warmond. Een traditie van eeuwen in het landschap van vandaag, Stichting Eendenkooi Warmond.

M

10.

… (Jan Janss. van Vliets kinderen)

Leen van Oud-Alkemade.

M

11.

Ghijsbert Janss. Wassenaer (Jan Pieter Maertenss. in de Sevenhuijsen).

Leen van Oud-Alkemade.

M

12.

Den Heijlgen Geest van (tot) Warmondt.

M

13.

Floris Corneliss. Moerkercken.

1790: “van ouds genaamd de Vlietkamp”. De sloot aan de n.w. kant heette ook “de Vlietsloot”.

M

14.

Cors. Gerrits van der Cluft.

M

15.

D’Abdije van Leeuwenhordt.

In 1801 “het Bentstuk” genaamd.

M

16.

Jan Symonss. Buijtendijck.

Leen van Oud-Alkemade.

M

17.

Jacob den Boer in de Cage (de wed. en de kinderen van Jacob Corneliss, boer in de Cage).

Een morgen hieruit was leen van Oud-Alkemade.

M

18.

Jan Prss. Starrevelt.

M

19, 23.

De kinderen van Jan Janss. van Vliet bruijcker, eygen. den Abdije van Leeuwenhorst ende anderen (Den heer van Warmont ende de Abdije van Leeuwenhorst).

M

20 - 22.

D’Abdije van Leeuwenhorst.

Perceel 21 heette in 1801 “het Molenstuk”.

M

24.

Den heere van Warmondt (De pastorie tot Warmondt).

M

25.

De kinderen van Jan Janss. van Vliet.

1723: “huijs en erf”, 1753: “huijsmanswoning met barghe, schuur en verder getimmerte”, 1824: bouwmanswoning met hooiberg en schuur”.

M

26 - 29.

D’Abdije van Leeuwenhorst.

M

30.

… (Ysbrant Corneliss. kinderen).

M

31.

De kerck van Sassenhem

M

32.

D’Abdije tot Rhijnsborgh.

M

33.

De kerck tot Sassenhem.

M

34.

De kerck tot Sassenhem (Pieter Dirxsz. Grienevelt).

M

35.

De kerck tot Sassenhem (Cors. Joriss. van der Cluft).

M

36- 39.

D’Abdije tot Rhijnsborg.

M

40 - 42.

D’Abdije van Leeuwenhorst.

Nr 40 is Hoeve-Alida, ook bekend als boerderij Pennings (Hellegatspolder 1)

In 1570 stond hier al een boerderij. Deze werd bewoond door Willem Cornelisz.

De boerderij werd later omschreven als een “extra fraaye huijsmanswoningen, voorsien met twee kelders, schuur, somerhuijs, varkenshok, stallinge voor 30 koebeesten, paardestal”, welke geen eigendom van de abdij was, maar die in 1768 door de abdij werd aangekocht. In 1803 werd de boerderij met het land door domeinen verkocht.

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 54 e.v.

M

43.

Jan Adriaenss. Koy.

N

22, 1.

Pieter Janss. Verdel (Geertgen Dircs wed. van Pieter Janss. Verdel in de Poelgeesterbuyrt).

In 1707 wordt nr 1 omschreven als “weiland waarop voor dezen een huys gestaan heeft” en nr 22 als “nog een stukje land”. In 1820 als “land” en “een akkertje daarbij gelegen”.

Op nr 22 (Haarlemmertrekvaart 2) bouwde de Leidse fabrikant Jan Scheltema rond 1883 een boederij. In de tweede helft van de 20ste eeuw was de boerderij in bezit van de familie Zwetsloot.

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 51 e.v.

N

2.

De heer van Haserswoude’s erffgenamen.

N

3, 4.

Jan Arentss. Overlee (Jan Adriaens Overlee).

Deze percelen zijn leen van het Huis te Warmond.

N

5.

De wedue van Aryen Pieterss. van Brouckhuysen.

Ook dit perceel is leen van het Huis te Warmond.

N

6.

Jan Simonss. Buijtendijck (Jacob Leendertss. van Weenes kinderen tot Oegstgeest).

N

7.

De wed. van Arien Simonss. (Claes Claess. Lutsenburg, getrout met Maertgen Ghijsberts van Sijp te vorens wed. van Adriaen Simonss. Buijtendijck)

N

8.

Gijsbert Willemss. van Sijp (met Symen Janss. Buijtendijck gemeen).

N

9.

De kinderen van Pieter Niclaess. van Leeuwen.

N

10, 12, 15.

De heer van Hasaerswoudes erffgenamen.

N

11.

De kerck tot Warmondt.

N

13.

Maria Baerthouts, wedue van Willem Roscam.

N

14.

Arent van Dam.

N

16.

De kinderen van Pieter Niclaess. van Leeuwen

1827: “land genaamd het Varkensschot” De sloot ten z.w. van dit partij wordt soms de “Ringsloot” genoemd maar ook wel de “Hollemare”.

N

17.

Willem Baerthoutss.

1707: “land genaamd de Godselwey”

N

18.

Leendert Willemss. tot Noortwijck.

N

19.

Den heer van den Bosch.

De percelen 19 en 30 waren leen van Naaldwijk.

In 1394 heetten deze percelen het “Liesvelt”; in 1633 idem dito.

• M. Fannee (2014). tlant te Waremunde, een studie over Warmond in de middeleeuwen (1100-1400), Lisse, p. 154.

N

20.

Willem Baerthoutss. segge de heer van Hasaertswoudes erffgen.

N

21.

Neeltgen Jacobsdr. Rousch

N

23.

Ghijsbert Pieterss. van Sijp.

N

24.

Mouring Corss.

N

25.

Pieter Janss. Verdel (Geertgen Dircx, wed. van Pieter Janss. Verdel in de Poelgeesterbuyrt).

N

26.

De kinderen van Jacob Leendertss. (van Weenen tot Oegstgeest)

N

27.

Maria Baerthoutss. wedue van Willem Roscam.

N

28.

De heer (Mr. Willem) Paets.

N

29.

Jacob Janss. Cluft (Heyman Mourijnss.)

N

30.

Den heer van den Bosch.

N

31.

Heyman Mouringhs

1729: “land genaamt de Ommeloper”.

N

32, 33.

Den heer van Hasaertswoudes erffgenamen (33 = de Koy).

De sloot ten z.o. van de percelen, 32, 33 en 15 heette de “Kooysloot”. De sloot ten z.wq. van perceel 32 heette “de Wijck”. Vanaf 1774 wordt perceel 33 omschreven als “weiland”.

N

34.

Willem Janss. van der Son.

N

35.

Cornelis Jacobss. Rousch.

N

36.

De kinderen van Dirck Jacobss. Rousch.

N

37, 38.

Neeltgen Huijgendr.

N

39.

Cornelis Jacobss. Rousch (Maertge Cornelis, wed. van Jacob Jacobss. Rousch).

N

40.

Grietgen Feuijten bruijckster (Jan Dircks Entepoel. Nog later: Joncheer Johan Meules in den hage).

N

41.

Neeltgen Jacobsdr. Rousch.

N

42.

Den heere van den Bosch.

Leen van Naaldwijk.

N

43 - 45, 47.

Corn. Jacobss. Rousch.

N

46.

Daniel … (oningevuld) tot Oegstgeest.

N

48, 49.

Adriaen Cnotter.

N

50., 51.

D’Abdije Rhijnsburgh.

N

52.

Maertgen (Adrianss.) van Rossen tot Noortw.

1791: weiland aan de Grote Sloot bij de Broekmolen.

N

53.

De wedue van Jan Pieterss. Brederode.

1740: “de huur van de molenwerff brengt jaarlijks f 1- op”.

De molen heette in 1786 de “Broekdijkermolen”.

N

54.

D’erffgenamen van Feuijt Corneliss. timmerman (Jan Janss. Bouts kinderen).

N

55.

Jacob Ghijbertss. van der Codde.

O

1.

Den heer van Hasaertswoudes erffgen.

1774: “een houtbosje genaamd het Kouwenhoorntje”.

O

2.

Geertgen Claesdr. Duijndam, wed. van Corn. Thijmenss.

O

3.

D’Abdije van Rhijnsburgh met meer andere (D’Abdije van Rijnsburgh met de kerck tot Warmont ende Maertgen Barthoutsdr.)

O

4.

Jonge Dirck Ponss.

Het deel der Leede aan de n.w. kant van de percelen 1 - 4 heette De Drooge Lee, het afgedamde deel der Leede aan de z.o. kant van deze percelen heette De Diepe Lee.

O

5.

Anthonis dammass. Lutsenburgh.

Weiland genaamd De Dokken

O

6.

Willem Baerthoutss.

In 1414-1416 werd dit perceel, dat bezit was van de abdij Leeuwenhorst, gepacht door Willem Duiker. Het perceel werd toen naar hem “Willem Dukerland” genoemd. Willem werd in 1417-1418 als pachter opgevolgd door zijn neef Jan Duker, waarop het land “Jan Dukersvenne” werd genoemd.

• M. Fannee (2014). tlant te Waremunde, een studie over Warmond in de middeleeuwen (1100-1400), Lisse, p. 152, 168.

O

7.

D’Abdij van Leeuwenhorst.

O

8.

Corn. Gijsbertss. van de Codde.

1760, 1796: “weiland waarop voor deze eene steene vinkenhuis en koestallinge heeft gestaan, genaamd het Huisjesstuk”.  De sloot aan de n.o. kant van de percelen 8 12, 15, 16 en 19 en de n.w. kant van de percelen, 53, 52, 51 en 50, heette van ouds de Joppe(n)-sloot.

O

9.

De wed. van Dirck Corn. Entepoel (Grietgen Feuijten wed. van Dirck Corn. Entepoel).

O

10.

De kerck tot Warmont (Geertgen Claesdr. Duijndam, wed. van Corn. Thijmenss. Hierinne heeft de kerck 300 roeden).

O

11, 15.

D’Abdije van Leeuwenhorst.

In 1504 heette perceel nr 15 de “Zuddetjes”.

• M. Fannee (2014). tlant te Waremunde, een studie over Warmond in de middeleeuwen (1100-1400), Lisse, p. 164.

O

12.

Jan Janss. van Leeuwen.

O

13.

Jonge Dirck Ponss.

O

14.

De kerck tot Warmont.

O

16 en 18.

De heer (Cornelis) Camerling.

O

17.

D’erffgen. van Jan Janss. Bout (De kinderen van Jan Janss. Bout).

O

19, 21.

Claes Janss. Lutsenburgh.

O

20.

De heer van Hasaertswoudes erffgenamen.

O

22.

De wedue van Jan Janss. bruijckster (den heer van den Bosch).

O

23.

Dammas Leendertss. (Pietergen Foyten, wed. van Leendert Dammass.)

O

24, 25.

Corn. Jacobss. Rousch.

1743: “nr 25, weiland genaamt de Bak”.

O

26.

Arent van Dam.

O

27.

Jacob Gijsbertss. van der Codde.

O

28.

Leendert Corn. Buijtendijck

O

29.

(Heijman Mourijnss. weeskint).

O

30.

Heijmen Mouringss.

O

31 - 32.

Corn. Gerritss. van Berendrecht

O

33 - 34.

Dirck Jacobss. speckverkoper

O

35.

Leendert Corneliss. Buijtendijck.

O

36.

Harmen Cornss. ende de kinderen van Machtelt Jansdr. (Harmen Corneliss. mitsgaders de kinderen van Engel Dammass ende Machtelt Jansdr.)

1712: “genaamd de Somerwey”.

O

37.

Willem Janss. van der Son.

O

38.

Jan Arentss. Overlee (Jan Adrianss. Overlee).

In 1544 stond hier een huis. In 1586 was hier de scheepmakerij van Pieter Hendriksz. gevestigd.

In de 17de eeuw was de scheepmakerij in handen van de familie Overlee. De familienaam Overlee is duidelijk gegeven aan Jan Adriaensz. omdat hij hier “over de Leede” woonde. In de 18e eeuw was hier de scheepmakerij gevestigd van Van der Bijl. 1795: “een hecht, sterk en weldoortimmert en sedert weinig jaren grootendeels vernieuwd huijs en erve met de lootsen en schuren, zijnde een van ouds vermaarde en zeer wel gesitueerde scheepmakerij, met deszelfs hellinge”.

In 1981 is de scheepmakerij afgebrand.

• A. van Noort (2009). Ambachtelijke scheepswerven in Warmond, in: Eenentwintigste Jaarboek der sociale en economische geschiedenis van Leiden en omstreken, Dirk van Eck-stichting, Leiden.
• M. Fannee (2015). Bestond scheepswerf 'De Leede' al onder Karel V ?, in: De Hekkensluiter, jaargang 12 nr. 2, Historisch Genootschap Warmelda, p. 6-13.

O

39.

Cornelis Mathijss.

O

40 - 41.

Den heere van Warmondt.

In 1373 heette het land op perceel nr 41 de “putcamp”.

In 1586-1590: “noch een campe groot elff hont, genaempt die Petcamp, geleegen achter Pieter Jongen, scheepmaecker”. De scheepmakerij in kwestie stond op het naburige perceel nr 38.

• M. Fannee (2014). tlant te Waremunde, een studie over Warmond in de middeleeuwen (1100-1400), Lisse, p. 158.

O

42.

Pieter Baerthoutss.

O

43.

Corn. Ghijsbertss. van der Codde.

O

44.

Maria Baerthouts, wedue van Willem Corn. Roscam.

O

45.

De kinderen van Pieter Niclaess. van Leeuwen.

O

46-48.

D’Abdije van Rhijnsburg.

O

49.

D’erffgenaemen van Jan Franss. (Duijfgen Jansdr. wed van Jan Franss., alsnu getrout met Jan Adriaenss. van Teylingen).

O

50.

Cornelis Mathijss.

O

51.

Anthonis Janss. Lutsenburgh.

O

52.

Jacob Jacobss. Rousch ende de kerck tot Warmont (Jacob Jacobss. Rousch. In dit partij comt de pastorie en de kerk tot Warmont 3 hont).

O

53, 55.

Jacob Jacobss. Rousch.

O

54.

Anthonis Janss. Lutsenburgh.

O

56, 57.

Willem Janss. van der Son.

O

58, 59.

Claes Janss. Lutsenburgh.

1819: de percelen 58, 59 en 60 “van ouds genaamd de Strenge”.

O

60.

Jacob Janss. van der Son bruijcker (Paul de Jongens erffgenaemen)

O

61, 62.

De pastory tot Warmondt.

O

63.

Den heere van Warmont

O

64.

De wed. van Leendert Dammass (Pietertgen Foyten, wed. van Leendert Dammass.)

O

65.

Cornelis Thijss.

O

66.

Jacob Jacobss. Rousch.

O

67.

Jan Janss. Linde.

P

1.

De kinderen van Pr. Niclaess. van Leeuwen.

P

2.

De wed. van Thijsbert Jacobss. van Zijp

P

3.

De heere van Warmondt.

P

4.

De kerck tot Warmondt.

P

5.

De wed. van Jan Pieterss. Bredenrode.

P

6.

Anthonis Damass. Lutsenburg.

P

7.

De pastory tot Warmondt.

P

8.

Cornelis Arentss. (Roo).

P

9.

De wed. van Symon Kunst bruijckster (Otte van Solen)

P

10.

Trijntge Corn. Craen.

P

11, 19.

Dr. Michiel van Ringh (Cornelis de Haen, getrout met de wed. van Jonchr. Lodensteyn)

P

12.

De kerck tot Warmondt

P

13.

Maertgen Vrancken bruijckster (‘t Falide begijnhoff tot Leyden)

P

14.

Anthonis Dammass Lutsenburch

P

15.

De kinderen van Pieter Niclaess. van Leeuwen.

P

16.

Symon Philpss. (voor ⅓) ende Aeltgen Philipsdr. (voor ⅔).

De sloot aan de n.o. kant van de percelen 15, 16 en 17 heette de Nessloot.

P

17.

Maertgen Vrancken, wed. van Philps. Symonss.

P

18.

De kerck tot Warmondt.

P

20.

Willem Baerthouts (Pieter Baerthoutss.)

P

21 - 23.

De kinderen van Pieter Niclaess. van Leeuwen.

P

24.

De arme wesen binnen Leyden.

P

25.

Pieter Arentss. cum socius (Pieter Arentss. een mergen leenlant alleen, de reste denselven Pieter Arentss. ende Willempien Hendrixdr. tss.).

Dit perceel wordt al vermeld in 1430. Het heette toen de “Avenven”.

• M. Fannee (2014). tlant te Waremunde, een studie over Warmond in de middeleeuwen (1100-1400), Lisse, p. 139.

P

26, 27.

Doede Janss. Entepoel.

P

28, 29.

Maria Baerthout, wedue van Willem Corn. Roscam.

P

30.

De heer van Warmont.

P

31.

D’Abdij tot Rhijnsburch.

P

32.

Maertgen Huijgen, wed. van Jan Mouringss. Langelaen.

P

33.

De kerck ende pastory tot Warmondt ende andere

P

34.

Corn. Ghijsbertss. van der Codde.

P

35.

De arme huyssitten binnen Leyden.

P

36.

De vrouw van Londersloot.

P

37.

Jacob Jacobss. Rousch.

P

38.

Cornelis Mathijss.

P

39.

Catrijnen Gasthuijs binnen Leyden.

Samen met nr 44 werd dit perceel in 1407 “Smeltic” genoemd; in 1602 “smeltin”.

• M. Fannee (2014). tlant te Waremunde, een studie over Warmond in de middeleeuwen (1100-1400), Lisse, p. 163.

P

40.

Foyt Janss. van Leeuwen cum socijs.

1721: “weiland waarop voor dezen een huijs gestaan heeft”.

In 1739 verkoopt de kerk van Warmond 267 ½ roe uit dit perceel, de kerk was dus (een van) de consorten.

P

41, 42.

D’Abdij tot Rhijnsburg

P

43, 45.

Cornelis Gerritss. van Berendrecht.

P

44.

Catrijnen Gasthuijs binnen Leyden.

Samen met nr 39 werd dit perceel in 1407 “Smeltic” genoemd; in 1602 “smeltin”.

• M. Fannee (2014). tlant te Waremunde, een studie over Warmond in de middeleeuwen (1100-1400), Lisse, p. 163.

P

46.

Dr Michiel van Ringh (Gillis van Heussens erffgenamen).

P

47.

Jan Jacobss. van der Linde.

P

48, 49.

Dr Petrus van de Velde.

P

50.

Maertgen Ghijsbertss. van der Codde, laest wed. van Claes Thijss.

P

51.

De arme huyssitten binnen Leyden.

P

52.

D’erffgen. (de kinderen) van Jan Janss. Bout.

P

53.

Jan Corss. van Vliet.

P

54.

Jan Corn. Buijtendijck

P

55.

Jacob Jacobss. van Egmondt.

P

56.

Elisabeth Gasthuys binnen Leyden.

P

57.

De kerck tot Warmondt.

Dit land wordt schijnbaar voor het eerst vermeld in 1430; het heette toen de “Mercke”.

1544: “die Meercken”.

1739: “weiland genaamt de Marken”.

• M. Fannee (2014). tlant te Waremunde, een studie over Warmond in de middeleeuwen (1100-1400), Lisse, p. 154-155.

P

58.

Dirck Ponss. Jonge Dirck.

P

59.

Willem Janss. van der Son.

boerderij, later genaamd “De Eenzaamheid”. Zie het onder O genoemde artikel.

P

60.

Cornelis van Berendrecht nots.

P

61.

Harmen Corneliss.

P

62.

Jacob Jacobss. van Egmondt.

later behorend bij perceel 59.

P

63.

D’erffgen. van Willem Visscher

later behorend bij perceel 59.

P

64.

Harman Corneliss.

1721: houtkoperij; 1744: bakkerij van Dirk Oudshoorn; 1791: gewezen bakkerij; 1805: erf waarop een huis gestaan heeft; 1823: houtbosje.

P

65, 67.

De kerck tot Warmondt.

P

66.

Juffr. de Wedue Dirck van Campen.

P

68.

Dr Jacobus van der Beets.

P

69.

Jacob Ghijsbertss. van der Cudde.

P

70.

Willem Simonss. Buijetendijck

P

71.

Aeltgen Philpdr. wedue van Cornelis Willemss., scheepmaker.

P

72.

de Arme Weesen binnen Leijden.

Q

1.

De erfgenamen van Ary en Jacobss. (Leendert Willemss. Steenvoorden tot Noortwijck)

Q

2.

Jan Corneliss. Buijtendijck.

Q

3.

De kinderen van Pr. Niclaess. van Leeuwen.

Q

4.

De erfgenamen van Frnas Janss. Oude Jan (Simon Franss. ende de erfgenamen van Jan Franss.)

Q

5.

Leendert Corneliss. Buijtendijck.

Leen van het Huis te Warmond.

Q

6, 7.

De wed. van Cornelis van Dorp.

Q

8.

De arme weesen binnen Leyden.

Q

9.

Catharijnen Gasthuijs binnen Leyden.

Q

10.

De huyssitten binnen Leyden.

Q

11.

Nanningh Nannings erffgenamen.

Q

12.

Leendert Corneliss. Buijtendijck en anderen.

De kerk en de pastorie van Warmond hadden ieder 99 roe of ⅓ van dit perceel. In 1739 trachtte men dit ⅔ deel te verkopen “doch is bij de afslag geheel niet gemeijnd”!

Q

13.

Sacharias Corneliss. Entepoel.

Q

14.

De huyssitten binnen Leyden.

Q

15 - 17.

Juffrouw Buijtewegh

Q

18.

De kerck tot Warmondt.

Q

19, 20.

Juffrouw Buijtewegh

Q

21.

De heere van Warmondt (De pastorie tot Warmondt)

In 1739 wordt dit perceel door de kerk verkocht.

Q

22.

Den heere van Warmondt.

In 1463 en 1491 heette dit perceel “die Rughe horn”.

In 1621: “de Ruigen Hoorn”.

• M. Fannee (2014). tlant te Waremunde, een studie over Warmond in de middeleeuwen (1100-1400), Lisse, p. 159.

Q

23.

De kinderen van Pieter Niclaess. van Leeuwen.

R

1.

D’Abdij van Rhijnsburgh

R

2.

D’erffgenamen van Ary Coy

De begrenzingen Dieperpoel en Eymerspoel worden ook wel aangeduid als “ ‘s Gravenwater”.

R

3.

Willeboort Corneliss. kinderen

De percelen 2, 3 en 4 werden in 1799 omschreven als “weiland met houtgewas daarop staande”.

R

4.

Claes Matheuss.

1716: “heeft huijs op gestaan”.

R

5.

Claes Matheuss. (Den Heyligen Geest tot Warmondt).

R

6.

Claes Matheuss. bruijker (Den Heyligen Geest tot Warmondt).

R

7.

Jan Pieterss.

Dit is boerderij Kogjespolder 1

Op de plek van deze boerderij stond in 1664 reeds een huis. In 1707 was dit huis verdwenen (het perceel werd omschreven als “erf daar huys op gestaan heeft”).

Rond 1882 werd op deze plek weer een huis gebouwd. In de periode 1904-1914, gedurende de zomermaanden, logeerde hier de Franse kunstschilder Alphonse Stengelin (1852–1938). Tijdens zijn verblijven aldaar heeft hij heel wat van de omgeving getekend, geschilderd en geëtst. In augustus/september 2011 werd het woonhuis gesloopt.

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 84 e.v.
• A.C.L. van Noort (2009). Alphonse Stengelin, kunstschilder te Warmond, in: De Hekkensluiter, jaargang 6 nr. 2, Historisch Genootschap Warmelda, p. 6-10.

R

8.

Maertgen Claesdr. kinderen ende erffgenamen (Maerten Claes kinderen ende erffgenamen).

R

9.

Willem Pieterss. vischkoper.

R

10.

Het weeskint van Gerrit Anthoniss.

R

11.

Cors. Jacob Huijgen (De kinderen van Maertgen Gerrits eertijts weduwe van Bruijn … (niet ingevuld) ende nu huysvrouw van Cors Jacob Huijgen)

1743: de begrenzing ten z.w. heette: “het water genaamd Leydse Gat”. Het perceel zelf heette van ouds de “Coussencamp”.

R

12.

Bastiaen Aelbertss. Clock.

R

13.

Huijbertgen Aelbertsdr.

R

14.

Claes Keyser.

R

15.

Borrit Mouringss. (Annetgen Mourijns, wed. van Jan Jacobss. Krul ende Engel Teuniss.)

R

16.

D’erffgenamen van den baillju (Bartholomeus) Petijt.

R

17.

Gerrit Mouringhss. (Engel Teuniss. getrout met de dochter van Jan Jacobss. Krul)

1743: “weiland van ouds genaamd de Hoekcamp”.

R

18, 19.

Borret Pieterss.

R

20.

Matheus Willemss. van Sevenhuijsen.

Dit perceel was “buitenland”. Het water ten oosten heette “ ‘t Spijk”, ten zo.o. “het Spijkerboor”.

R

21.

Crijn Janss. Korst.

Ook dit perceel was “buitenland”.

S

1.

Harmen Janss. van Bruijningen.

S

2.

Corn. Pieterss. (Cornelis Corneliss. Endelstraat).

S

3.

Annetgen Cornsdr. (weduwe van Cornelis Janss. Neesvaer).

S

4.

Frans Leenders Coy. (Harmen Janss. voorss.)

In 1709 werd w.s. een deel van perceel 4 “om niet” verkocht als “welbeplante boomgaard met de grond daar voor deze huijsen op gestaan hebben”. Kort daarop verenigde scheepmaker van der Meulen alle percelen op Vogelskamp en stichtte er een scheepmakerij. Zijn weduwe verkocht het eiland, omschreven als “huijs en erve met schuyr en timmerwerve sijnde een schepemakerie, staande en gelegen binnen Warmond op Vogelscamp, belent rontom ‘s Gravenwater, met al hetgene dat aard- en nagelvast is, mitsgaders de andere huijsjes en erven mede staande op Vogelscamp”. Het eiland was 33 stuivers erfpacht per jaar verschuldigd aan de abdij Rijnsburg. Koper voor f 500,-- werd Jacob Jansz. Brack. De neef van diens zoon, Pieter Brak, verkocht in 1809 voor f 20,-- het eiland als “een erve waar een huis en scheepmakerij op gestaan heeft”. In 1818 luidt de omschrijving: “een perceel houtland op Vogelskamp aan de Kaag, n 1 - 4, belend rondom ‘s Gravenwater”.

T

1.

Jacob Claess. van Fajeril

T

2.

Cornelis Corneliss. Endelstraet.

1709: “een huijsinge en schuringe met sijn erve werdende gebruikt tot een scheepmakerije”. 1731 en 1782 is hier en op perceel 1 de scheepmakerij van resp. In ‘t Veld, Endelstraat, Kleyn, Klinkenberg en Van der Bijl. De omschrijving in 1782 luidt: “hecht en sterk en weldoortimmert huijs en erve alsmede een thuyn, zijnde geapproprieert tot een scheepsmakerij, voorzien van twee scheepshellingen, loots, schure en verdere getimmerte, waarin de affaire veele jaaren, bijzonder met het maaken van nieuwe vaartuigen is geexerceert”.

T

3.

d’Abdije tot Rhijnsburgh.

Het water ten n.w. van dit land heette de Dijksloot.

T

4.

d’Abdije van Leeuwenhorst

T

5.

D’erffgenamen van Aryen Coy.

Het water ten z.o. van dit land heette de Kagervaart. In 1807 werd dit land door Jacob van Roomen geschonken aan het R.K. Armenbestuur van Warmond op voorwaarde dat dit nooit verkocht zou worden maar eeuwig eigendom zou blijven van de R.K. armen. Wanneer niet aan deze voorwaarde zou worden voldaan zou de schenking vervallen zijn.

U

1.

Cornelis Pieterss. van Zijp (Claes Claess. van Lutsenburg als getrout hebbende Martgen Gijsberts van Zijp, laetst weduwe van Ary Symonss. Buijtendijck).

U

2.

d’Abdije van Rhijnsburgh, groot 2 m 51 roeden, daervan in Oestgeest contribueren 1050 r ende mitsdien in Warmondt 2 hont 1 roede.

U

3.

De weduwe van Jan Janss. Cluft bruijster. (De kerk tot Warmont).

U

4, 5.

Jan Corneliss. van Vliet.

Van perceel 4 contribueert 700 r in Oegstgeest.

U

6.

Maria Baerthouts, wedue van Willem Corneliss. Roscam. (Vechter Corneliss. Roscam).

Van dit perceel contribueert 1 m 450 r in Oegstgeest.

U

7.

Dammas Corn. Boon (met Syburgh Cornelisdr. Zeeman gemeen).

Van dit perceel contribueert 1 m 222 r in Oegstgeest.

U

8- 14.

D’erffgenamen van den heere van Hasaertswoude.

In 1355 heetten deze percelen de “Schivenven”; deze waren in handen van het geslacht Van der Does.

1667: De percelen 9 en 11 waren leen van het Huis te Warmond.

• M. Fannee (2014). tlant te Waremunde, een studie over Warmond in de middeleeuwen (1100-1400), Lisse, p. 160.

U

15 - 20, 36, 37.

De wedue ende kinderen van Johan (Jan) Meyndertss. van Aeckeren met de landen gelegen ten suijdtwesten ende ten zuijdtoosten van hare hoffstede Tingnagel.

Later zou men dit “de oude Boterhuijswoning” gaan noemen. Ook de percelen 31 - 35 horen er dan (1795, 1811) bij.  De omschrijving in 1811 luidt “huijsmanswoning met woonhuis, stalling, zomerhuis, schuur, hooiberg, kaarnmolen etc.”

U

21 - 35.

Deselve wedue en de kinderen met de hofstede Tingnagel en de landen daer aen behoorende.

Later (1767 e.v.) zou men over “de nieuwe Boterhuijswoning” gaan spreken. Beide woningen waren in 1795 (nog?) in één hand n.l. van Mr Th. F. van Snakenburg. Toen werden ze gesplitst en omvatte de nieuwe Boterhuijswoning de percelen 21 - 30 en 79 - 83.

U

38 - 47.

De wooninge ende landen toe behoorende de arme weesen binnen Leyden.

N.B. De volgende percelen 48 t/m 51 worden omschreven als liggend in de Vrouw Vennepolder.

U

48 - 49.

Harmen Corneliss. cum socius (Harmen Corneliss. met Cornelis Adriaenss. van Alphen gemeen).

De vaart ten w. van deze percelen heette in 1709 “de Stroomsloot”, in 1718 “de Stinksloot ofte het Aghtergat”, in 1810 “het Schraygat”.

U

50.

Pieter Jacobss. van Leeuwen.

1709: “weiland waarop een huijs gestaan heeft”; 1817: “land daar voor deze een bouwhuijs op gestaan heeft”.

U

51.

De heer van Hasaertswoudes erffgenamen.

U

52.

Gerrit Janss. van Leeuwen (alias Noom, met sijn kinderen. Nu Johan van Leeuwen, gecommitteerde tot Admiraliteyt tot Amsteldam).

U

53.

De heer van Hasaertswoudes erffgenamen.

U

54.

D’erffgenamen van Jacob Strijck. (Willem Thijsz. van Egmont).

U

55.

D’erffgenamen van Jacob Strijck. (Pieter Jacobss. van Leeuwen).

U

56.

D’erffgenamen van Jacob Strijck. (St Catharinen Gasthuijs tot Leijden).

Dit is boerderij Zeldenrust (Langebrug 1). Deze boerderij (bouwjaar 1928) is ontstaan uit de naburige boerderij De Weeswoning op nr. 57.

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 88 e.v.

U

57.

D’erffgenamen van Jacob Strijck. (Claes Janss. Teylingerbroeck).

Dit is boerderij 'De Weeswoning' (Langebrug 2).

Deze boerderij wordt al vermeld in 1460

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 90 e.v.

U

58 - 69, 72 - 74.

De woninge ende landen van de arme Huyssitten binnen Leyden.

U

70.

Neeltgen Willemsdr. wed. van Jan Janss. Oude Jan (altans huijsvrou van Cornelis Willemss. Witsenburch.)

U

71.

De wedue van Jan Franss. (Duijffgen Jansdr. wedue van Jan Franss., alsnu getrout met Jan Adriaenss. van Teylingen).

U

75.

D’erffgenamen van Frans Janss. (Engel Franss.’ weeskint als mede erfgen. van Frans Janss).

U

76.

Jacob Jacobss. Rousch  (Maertge Cornelisdr. wed. van Jacob Jacobss. Rousch)

U

77.

D’erffgenamen van Heymen Bouwenss. (Pieter ende Cornelis Willemss.  van Heyningen, d’erffgenamen van Heymen Bouwman)

U

78.

Jan Janss. van Leeuwen.

U

79, 80.

D’erffgenamen van Dirck Jacobss. Rousch.

U

81 - 83.

Juffrou Buijtewegh.

V

1.

Pieter Meess. scheepmaker

1757 - 1806: huis en erf.

V

2.

Cornelis Arentss. Block

1708: “land daar voor desen een huijs op gestaan heeft”

V

3 - 7.

Den heere van Warmondt sijne woninge ende landen.

Op perceel 7 staat boerderij Het Klaverblad (Sweilandpolder 13).

Deze landerijen worden al vermeld in 1407: toen was sprake van “het Zijpland”. Van een woning werd toen nog niet gesproken. Daarvan is pas sprake in 1542. De toenmalige boerderij werd in dat jaar omschreven als “Een huijsinge ofte hoffstede met den erve daer de hoffstede up staet ende mit de boomgaerden ende singele[n], hout, schuijre, barghe ende anders ande hoffstede behoirende ende upte werff nu ter tijt staende ende wassende, mit seeckere margentale van landen daer an behoirende te samen groot wesende mit die voors. boemgaerden ende singelen daeromme gaende bij den hoop sonder maet omtrent seventien morgen ende vier hont lants”.

In 1729 verkocht uit de boedel van de Vrouw van Warmond als “huijsmanswoning met bargen en schuren, potinge en plantinge”. De twee hooibergen, het “vernuijs” in het zomerhuis en de “leggende plaate” in de keuken zijn eigendom van de pachter Jacob Teylingerbroek.

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 136-138.

V

8, 11.

Juffrouw van Sel (Den heer van Warmondt).

V

9.

Jan Willemss. Vissher.

V

10.

De wooninge ende landen van de erffgenamen van de baillju (Bartholomeus) Pety.

Dit is boerderij Sweylanthoeve (Sweilandpolder 9).

Op een kaart uit 1648 uit het kaartboek van het Sint Elisabeth Gasthuis te Leiden is op deze plek al een boerderij te zien.

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 130 e.v.

V

12.

De kinderen van Reijer Pieterss.

V

13. 14.

Willem Meess.

V

15.

Huijbert Ariss (huijs en erf)

V

16, 18, 19.

Het Elisabeth’s Gasthuijs binnen Leyden

V

17.

Jan Willemss. Visscher.

V

20.

Aeltgen Philpsdr.

V

21.

Aeltgen Philpsdr.

Dit is nu de Kaagsociëteit (Sweilandpolder 8).

1726, 1830: “huys met erf en tuin”. In 1726 was in het huis een scheepmakerij gevestigd, maar in 1830 was er van een scheepswerf geen sprake meer.

In 1865 was dit een boerderij, in bezit van Jacobus van der Geest.

In 1917 kwam de boerderij in bezit van Johannes Cornelis van Hoolwerff, voorzitter van de Zeil-, Roei- en Motorsportvereeniging De Kaag. Hij liet de boerderij verbouwen tot sociëteit.

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 128 e.v.

V

22.

Gerrit Sacharias van Swanenburgh

V

23.

Leendert Willemss.

De nrs 22 en 23 in 1690: “herberg aan het Sweylant”; 1701: “huijs met erven hebbende het regt van het houden van een bierstal”; 1709: huijs en erf werdende gebruikt tot een herbergh”; 1787: “huis en erve waarin de herbergiersneringe wordt gedaan met de schuren, lootsen en verdere getimmerten wordende gebruikt tot een scheepsmakerij”; 1805: “huis en erve zijnde een wel ter neering staande herberg en tevens een florissante scheepsmakerij”; 1823: “huis en erf voor deze geweest een herberg en scheepsmakerij”.

• A.G. van der Steur et al (1960). Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het vijftig jarig bestaan van de Kon. Ned. Zeil-, Roei- en Motorsportvereniging “De Kaag”, 1910-1960, p. 66-82.

V

24.

Jan Willemss. Visscher, (sijn huijs en erff)

1716: huis en erve.

V

25.

Pieter Louris (met zijn broeder)

Dit is boerderij Sweilandpolder 1.

1702: huijsinge en erven.

De nrs. 24 en 25 waren in 1757 een “bouwhuijs, hooiberg en kaarnmolen”. In 1830 twee lege erven.

In 1899 “twee woonhuizen onder één dak, schuur, erven, tuin en boomgaard.

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 125 e.v.

V

26 - 28.

Jan Willemss. Visscher.

V

29.

Cors Jacobss.

V

30.

Den heere van Warmondt.

V

31, 33, 34, 37.

het Elysabeths Gasthuys tot Leyden.

Op perceel D37 staat Hoeve De Franschman (Sweilandpolder 10).

De geschiedenis van deze boerderij gaat terug tot het jaar 1562. In dat jaar was Pieter Mourisz. eigenaar van deze boerderij. Hij verkocht de boerderij in 1612 aan zijn zoon Mourijn Pietersz. De boerderij werd toen omschreven als “een woninge als huijs, barch, schuijer ende boomgaert mettet lant daer d’selve woninge op staet gelegen in de voorsz. heerlicheijt van Warmont”.

In 1765: “een hegte, en sterke huijsmanswooninge, schuur, soomerhuijs, kaarnmolen, een ses roede en een vier roede hooijbergh”.

• A.C.L. van Noort (2012). De Kunst van het Boerenleven, Geschiedenis van Warmondse boerderijen, Noordwijkerhout, p. 133-135.

V

32, 35.

Cors Jacobss.

V

36.

Jannetgen Aryensdr.

1740: “een houtbosje”.

W

1, 2.

Borrit Mouringss. ende Anna Mouringshsdr.

1743: weiland “vanouds genaamd Hollands Aeck”; 1805: “een elzen en essen houtbosch”. Aan 1 en 2 lag nog 148 roeden buitenland, ook met hout beplant (1740, 1784, 1813, 1814).

W

3.

De kinderen van Nanning Nanningss.

W

4, 5.

De arme weesen tot Leyden.

De vaart ten oosten van deze percelen werd in 1765 genoemd: het Texel, vanouds genaamd de Slikvaart”, iets meer naar binnen, onder Alkemade, heette deze vaart in hetzelfde jaar “Sevenhuyser vaart, vanouds genaamt de Slikvaart”.

W

6.

Jan Pieterss. Appelman

W

7.

Engel Willemss.

De nrs 6 en 7 in 1693: “huijs en erf, zijnde gebruikt tot een backerije”. 1813: weiland.

W

8.

Cornelis Janss. (van Sijp) ende Cornelis Symonss.

W

9, 10.

Claes (Pieterss. van Wieringen, alias) den Boer.

W

11, 12.

De kinderen van Pieter Niclaess. van Leeuwen.

W

13.

Aryen Gijsbertss. ende de kinderen van Cornelis Gijsberts.

W

14.

Gerrit Mouringss.

W

15.

Borrit Pieterss.

Kaartblad Perceelnummer Omschrijving