HISTORISCH GENOOTSCHAP WARMELDA

Archeologie – Dirks Steenhuis

Aan de Warmondse Oude Dam, waar nu kinderboerderij De Kloosterhof ligt, stond in de 13de en 14de eeuw kasteel ‘Dirks Steenhuis’.

Lange tijd was Dirks Steenhuis alleen bekend uit geschreven bronnen. Zo sprak Dirk van Teylingen in een document uit 1276 over zijn “steenhues” in Warmond. Maar tot het midden van de 20ste eeuw wist niemand zeker waar dit kasteel in het dorp precies had gelegen.

Locatie van het kasteelterrein in het dorp.

Begin 20ste eeuw dacht Warmonds eerste historicus W.C.H. Machen (1860-1935) nog dat het Steenhuis aan de Oranje Nassaulaan had gestaan. Die grond was immers van de familie Van Teylingen geweest. En daar had men ook een put gevonden van opgestapelde kloostermoppen, zeer grote bakstenen uit de middeleeuwen.

Het kasteelterrein op de kaart van Warmond door Johannes Douw, uit 1669 (Erfgoed Leiden en Omstreken). In de 20ste eeuw was dit de groentetuin van het Seminarie.


Maar er waren ook andere geluiden. Het wonderlijke beloop van sloten rondom de groentetuin van het Seminarie (nu kinderboerderij De Kloosterhof) wekte bij sommige onderzoekers de indruk, dat het kasteel dáár moest worden gezocht. Daar had men vaak ook baksteengruis en oude scherven gevonden.

In 1965 deed zich eindelijk de mogelijkheid voor om het terrein archeologisch te onderzoeken. De bekende kasteelkundige prof. dr. J.G.N. Renaud leidde het onderzoek en vond er inderdaad de resten van een rond kasteel: het lang gezochte Steenhuis van Dirk van Teylingen.

Hoe wist men dat dit Dirks Steenhuis was? Omdat een document uit 1328 vertelt dat het kasteel achter “den ouden dam” lag. Dit weggetje loopt daar nog altijd.

Reconstructietekening van het Warmondse kasteel, zoals het er in de 14de eeuw kan hebben uitgezien (gebaseerd op het opgegraven grondplan). Aangezicht dorpszijde. Auteur onbekend (VVV Warmond)
Grondplan van het kasteel

Op het kasteelterrein vond Renaud een ovale ringmuur van 41 x 46 meter, met aan één zijde een flinke woontoren (11 x 14,50 meter) en aan de andere zijde een vierkante poorttoren. De archeologen dateerden het kasteel in de 13de eeuw. Dat deden ze aan de hand van de teruggevonden bakstenen en aardewerk. 

De bakstenen van Dirks Steenhuis hadden afmetingen van 32 x 15 x 8 cm. Bakstenen met zulke afmetingen (kloostermoppen) werden in de Leidse regio vooral in de eerste helft van de 13de eeuw gebakken. Na verloop van tijd gaf men namelijk de voorkeur aan handzamere afmetingen. Zo werden bakstenen in de 14de eeuw een heel stuk korter: nog maar 20 à 25 centimeter.

Zoals gezegd blijkt de ouderdom van het kasteel ook uit het opgegraven aardewerk. Onder de oudste scherven bevond zich steengoed (op zeer hoge temperatuur gebakken en daardoor niet poreus aardewerk), zoals scherven van een schenkkan uit 1250-1300 (zie tekening). Ook fragmenten van Andennewaar (import uit de Maasvallei) uit dezelfde periode zijn gevonden.

Reconstructietekening van een schenkkan afkomstig van het kasteel, gebaseerd op de daarvan opgegraven scherven.

Ook vond men veel scherven van zacht gebakken grijs aardewerk afkomstig van kogelpotten. Twee van deze kogelpotten konden door het restauratieatelier van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed weer in elkaar worden gelijmd (zie foto). Deze kogelpotten werden gebruikt als keukengerei en werden afgesloten door houten deksels. Onderzoek heeft aannemelijk gemaakt dat deze potten ergens vóór 1300 op de Leidse markt werden gekocht.

Gerestaureerde blauwgrijze kogelpot uit het kasteel. (Foto Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort) Mondwijdte: 14,6 cm, Hoogte: 23,8 cm

Film: Jan Versluijs

Schuiven naar boven